Clubs uit de grootste vijf Europese competities zorgen voor nieuw transferrecord

Clubs uit de grootste vijf Europese competities zorgen voor nieuw transferrecord
Clubs uit de grootste vijf Europese competities zorgen voor nieuw transferrecord

Afgelopen zomer werd er wereldwijd 4,68 miljard euro uitgegeven aan transfers in het voetbal, zo maakte de Wereldvoetbalbond FIFA vandaag bekend op basis van gegevens uit het International Transfer Matching System (ITMS). De clubs uit de Engelse, Franse, Duitse, Italiaanse en Spaanse competities namen daarvan 77,5 procent voor hun rekening, goed voor een recordbedrag van 3,62 miljard euro. Voor de transferzomer werd er gekeken naar transfers tussen 1 juni en 1 september 2018. In 182 van de 211 bij de FIFA aangesloten landen was de transferperiode toen open. In totaal werden er 8.401 transfers gerealiseerd, waardoor de gemiddelde transfer net iets meer dan een half miljoen euro (0,557 miljoen euro) oplevert.

In de Big 5, de verzameling van de clubs uit Engeland, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje, viel er in vergelijking met de zomer van 2017 een stijging van 6,6 procent te noteren, die vooral aangedreven werd door Italiaanse (+74,7 procent) en Spaanse (+42,2 procent) clubs. Toch waren het nog steeds de Engelse clubs die het meest spendeerden, met 1,24 miljard euro, een lichte daling in vergelijking met het jaar voordien – de transfermarkt ging er voor de eerste keer vroeger dicht. “Het aandeel van de Big 5 in de internationale transfermarkt blijft dan ook stijgen”, klinkt het in het rapport. Over een periode van vijf jaar zijn de uitgaven van de clubs uit de Big 5 meer dan verdubbeld: in 2013 werd er 1,72 miljard euro uitgegeven.



In Italië wordt er na enkele magere jaren geprobeerd de kloof met de absolute top in Europa te dichten met behulp van forse transfers, afgelopen zomer goed voor een totaal van 864 miljoen euro. De overgang van Cristiano Ronaldo van Real Madrid naar Juventus voor 117 miljoen euro is daar het bekendste voorbeeld van. Ook de Milanese clubs Inter en AC Milan zijn al jaren bijzonder actief op de transfermarkt, in een poging de hegemonie van Juventus en de Zuid-Italiaanse clubs te doorbreken. Zo werd voormalig Rode Duivel Radja Nainggolan voor 38 miljoen euro getransfereerd naar Inter. Ook Spaanse clubs investeerden fors om uiteindelijk af te klokken op 827 miljoen euro. De duurste transfer daar was die van Thomas Lemar naar Atlético, dat leverde AS Monaco 70 miljoen euro op. De 35 miljoen euro die Real aan Chelsea betaalde om zich van de komst van Thibaut Courtois te verzekeren, wordt dan weer aanzien als een koopje.

Bron: Belga