KBIN-VUB-expeditie vindt zeldzame langnektanden

KBIN-VUB-expeditie vindt zeldzame langnektanden

Een kleine expeditie van wetenschappers en vrijwilligers van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel (KBIN) en de VUB heeft in Kaycee, een gehucht in de Amerikaanse staat Wyoming, op twee weken tijd een honderdtal interessante fossielen van dinosauriërs opgegraven. De belangrijkste vondst was een serie tanden van een sauropode. Sauropoden zijn beter gekend als langnekdinosauriërs, waarvan de tanden zelden worden teruggevonden. De opgravingen, bij soms 38 graden onder een loden zon, waren een huzarenstuk. “Eerst moesten we door een dik pakket sediment, vergelijkbaar met mortel”, zegt paleontoloog Koen Stein (VUB). Het Belgische team kreeg daarbij de hulp van Duitse collega’s, die alle logistiek ter plaatse verzorgden. “Onder dat sedimentenpakket liggen gesteenten uit de Morrison-formatie, die bijzonder rijk is aan dinosaurusfossielen. De Morrison-formatie is een rivierenland van meer dan een miljoen vierkante kilometer dat 150 miljoen jaar geleden – dat is het Late Jura – langzaam is dichtgeslibd en versteend.”
Tijdens de graafwerken vonden de expeditieleden verschillende fossielen, onder meer tanden, wervels en botten van vleesetende dinosauriërs, maar ook van sauropoden. “De voorlaatste dag van de expeditie vond ik nog een steen met een aantal tanden van een langnek”, getuigt Reinout Verbeke, in het dagelijkse leven wetenschapscommunicator van het KBIN, maar voor deze twee weken amateurpaleontoloog.
Zijn vondst kan op veel enthousiasme rekenen van de professionals in het team. “Zo’n rij tanden, in dit geval toch een tiental bij elkaar, is erg zeldzaam”, legt Koen Stein uit. “In de meeste musea zijn de tanden van de tentoongestelde dieren afkomstig van meerdere individuen. Sauropoden konden eigenlijk niet kauwen en slokten als een reusachtige stofzuiger grote hoeveelheden plantaardig materiaal naar binnen, dat dan in hun erg lange spijsverteringskanaal werd verwerkt. Hun tanden bleven daarbij erg klein en hadden een levensduur van amper dertig dagen, waarna ze vervangen werden door nieuwe exemplaren. Deze rij tanden zal ons meer inzicht geven in hoe dat proces plaatsvond en misschien ook over het uiterst productieve weefsel waar die tanden in gevormd werden.”

bron: Belga