Kinderen laten zich gemakkelijker beïnvloeden door robots dan volwassenen

Kinderen laten zich gemakkelijker beïnvloeden door robots dan volwassenen
Unsplash / A. Kelly

Kinderen laten zich gemakkelijker beïnvloeden door robots dan volwassenen. Dat blijkt uit een studie van de Universiteit Gent en de universiteit van Bielefeld. Kinderen die zich bij een test laten assisteren door een robot, scoren merkelijk lager dan wanneer ze dezelfde test alleen afleggen.

Robots vinden bij kinderen meer gehoor voor in hun instructies dan bij volwassenen. Dat is de conclusie van een onderzoek van de UGent en de universiteit van Bielefeld. Volwassenen laten zich een stuk minder gemakkelijk beïnvloeden door een robot die bijvoorbeeld aanstuurt op foutieve antwoorden. De onderzoekers vragen om na te denken over regelgeving.



Mensen sturen hun gedrag en beslissingen vaak bij om zich aan anderen aan te passen. “Maar omdat robots binnenkort thuis en op de werkplek zullen worden gevonden, vroegen we ons af of mensen zich ook aan robots zouden aanpassen”, zegt professor Tony Belpaeme. De resultaten tonen dat volwassenen hun mening niet conformeren aan wat robots zeggen. Maar kinderen blijken dat wel te doen. “Zij hebben mogelijk meer affiniteit met robots dan volwassenen.”

Wat als robot koopadvies geeft?

Wanneer kinderen een fout antwoord gaven op de test, gebeurde dat in 74% van de gevallen onder invloed van de robot. Kinderen die de test alleen aflegden, scoorden gemiddeld 87%. Wanneer ze de test samen met een robotje deden, zakte die score naar 75%. Waar volwassenen vaak hun mening aanpassen op basis van wat anderen zeggen, bleken ze meestal wel weerstand te bieden tegen de invloed van robots. Bij kinderen ligt dat dus anders: ze gaven vaak dezelfde antwoorden als de robot, ook als die antwoorden duidelijk fout waren.

“De studie roept de vraag op wat als robots suggesties zouden doen rond koopgedrag, of over wat je moet denken?”, aldus Belpaeme. “Er is discussie nodig over de vraag of er beschermende maatregelen, zoals een regelgevend kader, moeten zijn die het risico voor kinderen minimaliseren.”