“Ik zou dolgraag waanzinnig zijn”

Foto R.V.

Vijfentwintig jaar. Zo lang heeft het geduurd voor regisseur Terry Gilliam eindelijk ‘The Man Who Killed Don Quixote’, zijn persoonlijke versie van de beroemde roman van Cervantes, aan de wereld kon voorstellen. Al die tijd viel het project telkens opnieuw in het water. Van Johnny Depp tot Ewan McGregor en van Jean Rochefort tot John Hurt, steeds weer klommen andere acteurs aan boord voor een volgende poging. Uiteindelijk spelen Adam Driver en Jonathan Pryce de hoofdrollen, en dat doen ze goed. Gilliam zelf slaakt intussen een zucht van verlichting.

Terry Gilliam: “Ik ben nog nooit zo nerveus geweest, op de set en toen ik de film voorstelde op het festival van Cannes. Ik voelde echt het gruwelijke gewicht van de geschiedenis. Mijn collega’s vroegen me wat er met mij aan de hand was, want zo gedraag ik me gewoonlijk nooit. Ik wou die enorme verantwoordelijkheid ook niet voelen. Ik wou denken ‘Fuck it, ik maak een film, zo goed als ik kan. Wat kan het publiek me schelen.” Nu het allemaal achter de rug is en de reacties meevallen, is er een pak van mijn schouders gevallen. Het is heel bizar. Het voelt alsof ik pas een maand of twee geleden aan de film ben begonnen. Die 25 jaar zijn voorbijgevlogen.”

Je gaat sowieso koppig je eigen weg, wars van commerciële overwegingen. Heb je ooit het gevoel dat je figuurlijk doet wat Adam Driver in de film letterlijk doet: de vrouw van de baas bespringen?



“Was dat maar waar. Daar droom ik van! (bulderlach) Zo ver zou ik het niet drijven. Het is wel zo dat ik vaak overhoop lig met de autoriteit, als ik niet de autoriteit draag. Kijk, het probleem met films maken komt altijd neer op tijd en geld. Al de rest is ondergeschikt. Daarom loop ik ook zo vaak slechtgezind rond op de set. Ik heb niet alles wat ik nodig heb, ik ben niet genoeg voorbereid, ik heb geen tijd om te doen wat ik in gedachten heb, noem maar op. Film is frustratie voor mij.”

Als regisseur heb je altijd een baas: de persoon die de rekeningen betaalt.

“Dat klopt, maar in dit geval draaide het heel raar uit. Weet je waarom ‘The Man Who Killed Don Quixote’ toch van de grond is gekomen? Omdat mijn dochter, die een van de producenten is, toevallig een vrouw heeft ontmoet die net een smak geld had geërfd. Ze had gehoord van onze problemen, ze wou graag de film zien en ze heeft zomaar een cheque van 3 miljoen euro uitgeschreven. Dat godsgeschenk heeft ons in staat gesteld om de film te maken.”

Foto R.V.

Don Quichot is zowat als de beroemdste gek uit de literatuurgeschiedenis. Wat is jouw definitie van waanzin?

“Puur genot. (lacht) Ik zou dolgraag waanzinnig zijn. In mijn ogen hebben enkel kinderen, dwazen en gekken de ware wijsheid in pacht. Zij weten hoe de wereld echt in elkaar steekt. Je hebt natuurlijk gradaties van waanzin. Je moet bijvoorbeeld een beetje waanzinnig zijn om films te maken. Het is de enige manier waarop je zakenmensen zo ver kunt krijgen dat ze jouw hun zuurverdiende centen geven. Je moet tot op het waanzinnige af overtuigd zijn van het verhaal dat je wilt vertellen. Ik zou het niet mogen zeggen, maar misschien is dat wel de reden waarom er zo weinig vrouwelijke regisseurs zijn.”

Dat moet je me eens uitleggen.

‘Voor mij zijn vrouwen niet zo zot als mannen. Ze zijn redelijker, intelligenter, rationeler en pragmatischer. Mannen hebben een soort waanzin in zich. Daarom hechten wij zoveel belang aan krankzinnige nonsens zoals eer en glorie. Dat zijn mannelijke ideeën en idealen. Er lopen heel veel getalenteerde vrouwen rond maar misschien zijn ze niet gek genoeg.” (lacht)

In de film gaat het erom dat cinema mensen kapot kan maken. Breng je tegelijk echter ook geen hommage aan cinema? Je laat evengoed zien hoe films mensen doen dromen.

‘Dat is zo. Het gaat over de kracht van cinema. De schoonheid en de nachtmerrie van het medium. Wat het met je doet. Cinema verandert mensen, zowel de makers van de film als het publiek in de zaal.’

Ruben Nollet

RECENSIEOVERZICHT
‘The Man Who Killed Don Quixote