Vrijwilligers krijgen update van statuut

Vrijwilligers krijgen update van statuut

De vrijwilligers in ons land krijgen een nieuw statuut. Dat schrijft voor dat ze voortaan een “kostenvergoeding” krijgen en niet langer een “vergoeding”, waarop geen beslag kan worden gelegd. Dat staat in een wetsontwerp waarvoor de ministerraad vrijdag het licht op groen heeft gezet. De regering mikt op het najaar om het nieuwe statuut in werking te laten treden. Ons land telt zowat 1,2 miljoen vrijwilligers die zich regelmatig of eerder occasioneel voor een vereniging engageren. De overgrote meerderheid wordt zuiver beschouwd als vrijwilliger. Daarnaast helpen zo’n 600.000 mesen occasioneel, spontaan en gratis hun buren, vrienden of naast. Voor die spontane hulp bestaat er geen regeling.

Sinds 2005 bestaat er een wettelijke regeling van het statuut van vrijwilligers. Minister van Sociale Zaken Maggie De Block en haar collega van Werk Kris Peeters engageerden zich er drie jaar geleden toe dat statuut aan een update te onderwerpen. De ministerraad keurde het wetsontwerp daarover vandaag goed. Het verhuist nu voor advies naar de Raad van State.

In het nieuwe statuut worden de bedragen die vrijwilligers krijgen, voortaan kostenvergoedingen genoemd. Dat moet benadrukken dat hun engagement gratis is. Vrijwilligers die hun fiets of auto gebruiken kunnen tot 2.000 kilometer een vergoeding krijgen. Die beperking valt weg als het vrijwilligerswerk bestaat uit het vervoer van personen, bijvoorbeeld zieken of kinderen van een sportclub.

Occasionele geschenken voor vrijwilligers gelden niet langer als loon en worden niet verrekend voor het maximumbedrag voor kostenvergoedingen. Op de vergoeding kan geen beslag worden gelegd. Dat moet ervoor zorgen dat mensen met schulden niet worden ontmoedigd vrijwilligerswerk te verrichten.

Voortaan moet een organisatie die een beroep doet op vrijwilligers, duidelijk aangeven of het beroepsgeheim voor hen geldt. Vandaag moet een vrijwilliger dat zelf uitvissen. Tot slot verduidelijkt het nieuwe statuut dat wie opdrachten als vrijwilliger uitvoert binnen een onbezoldigd mandaat, door alle openbare instellingen als vrijwilliger moet worden beschouwd. Ze kunnen dan ook enkel een kostenvergoeding krijgen.

bron: Belga