Eén op de dertien OCMW-cliënten is dak- of thuisloos

Eén op de dertien OCMW-cliënten is dak- of thuisloos

Dak- en thuisloosheid is geen exclusief stedelijk fenomeen. Maar liefst één op de dertien OCMW-cliënten in meer landelijke gemeenten is dak- of thuisloos. Ruim de helft zijn sofaslapers, mensen die tijdelijk bij familie of vrienden slapen. Dat blijkt uit een studie bij vijf OCMW’s in Vlaams-Brabant waarvan de resultaten te lezen staan op Sociaal.Net. Het onderzoek kijkt naar de OCMW-cliënten van vijf Vlaams-Brabantse gemeenten, meer bepaald van Diest, Scherpenheuvel-Zichem, Bekkevoort, Glabbeek en Tienen. Daaruit blijkt dat 74 van de 953 actieve OCMW-cliënten uit die regio dak- of thuisloos zijn. Dat is 1 op de 13. “Deze verhouding is ongeveer even groot in het meer stedelijke Tienen als in het landelijke Glabbeek en Bekkevoort”, klinkt het.

Opvallend is dat het in de helft van de gevallen (38) gaat om zogenaamde sofaslapers, mensen die geen andere woonoplossing hebben en tijdelijk bij familie of vrienden inwonen. Sociaal werkers moedigen cliënten ook aan om in hun eigen netwerk op zoek te gaan naar zo’n tijdelijke woonoplossing, maar tegelijk gaat het om een “kwetsbaar” aanbod. “Mensen die tijdelijk ergens inwonen zijn niet ‘thuis’. Ze hebben niet altijd een sleutel, kunnen er niet terecht wanneer ze maar willen. Ze zijn afhankelijk van de welwillendheid en grillen van de persoon die hen opvangt.”



De tweede grootste groep (15) in het onderzoek zijn de instellingsverlaters, vaak mensen die op het punt staan een psychiatrische instelling te verlaten. Van de 74 dak- en thuislozen in het onderzoek leven er zes effectief op straat.

De onderzoekers wijzen er nog op dat de cijfers natuurlijk een onderschatting zijn van het totale aantal mensen in dak- of thuisloosheid. “Wat met de personen die geen OCMW-cliënt zijn?”, vragen ze zich af. Zo zijn er altijd mensen die geen contact opnemen met het OCMW. “Onder meer uit angst, schrik voor stigma, vooringenomenheid over de hulp die ze er niet zullen krijgen of slechte ervaringen. Zij trekken hun plan of zoeken op eigen initiatief hulp in hun netwerk of professionele hulp in een andere stad of gemeente.”

bron: Belga