Lichtaart eert Bobbejaan Schoepen met kunstwerk en straatnaam

Lichtaart eert Bobbejaan Schoepen met kunstwerk en straatnaam

Het was groot feest in Lichtaart, deelgemeente van Kasterlee, zaterdag. De gemeente eerde Bobbejaan Schoepen, de zanger die dankzij attractiepark Bobbejaanland Kasterlee bij heel wat Vlamingen bekend maakte. Schoepen kreeg acht jaar na zijn dood tijdens een volksfeest waarop de hele gemeente paraat was, een kunstwerk en een plein dat zijn naam draagt. Bobbejaan Schoepen was al een legende in Lichtaart, maar dankzij het Bobbejaan Schoepenplein en het vijfdelige kunstwerk dat er in het gras ligt, is hij echt vereeuwigd. Het plein en kunstwerk, van de hand van Michaël Aerts en Kelly Schacht, werden zaterdag feestelijk ingehuldigd tijdens een groot volksfeest met cadillacs, draaimolens, de Gypsy Horses uit Westerlo en vooral veel muziek.
Vlaams minister voor Cultuur Sven Gatz (Open Vld) woonde de huldiging bij.
“Bobbejaan Schoepen was een Vlaams cultureel icoon, een veelzijdig talent en hij had een ongelofelijk kleurrijk leven”, zegt Gatz. “Er werd soms wat lacherig over hem gedaan omdat hij liedjes bracht met schlagerinvloeden maar hij werd wel internatonaal geprezen als artiest, fluittalent en ondernemer. Hij stampte uit het niets een mooie caarière en een attractiepark uit de grond, hij was veel veelzijdiger dan veel mensen denken. Zijn muziek was heel feestelijk maar evengoed intiem en poëtisch.”
Voor burgemeester Ward Kennes (CD&V) is de huldiging van Schoepen een vanzelfsprekendheid. “We hebben acht jaar geleden afscheid van hem moeten nemen en toen is het idee ontstaan om hem echt te verankeren in het dorpsbeeld”, zegt Kennes. “Deze eigentijdse kunstwerken vertegenwoordigen alles wat voor Bobbebjaan belangrijk was: zijn hoed, Bobbejaanland, een tent en een draaimolen. Maar hij was ook een familieman en ik ben blij dat zijn familie hier vandaag talrijk aanwezig is.”
Bobbejaan Schoepen stierf op 17 mei 2010. Zijn bekendste hits zijn ‘Café zonder bier’, ‘Lichtjes van de Schelde’ en ‘Je me suis souvent demandé’. Die laatste tekst prijkt naast het kunstwerk aan het Bobbejaan Schoepenplein.

bron: Belga