Voor Frans halen onvoldoende leerlingen in basisonderwijs eindtermen voor lezen

Voor Frans halen onvoldoende leerlingen in basisonderwijs eindtermen voor lezen

Voor het vak Frans behalen onvoldoende leerlingen in het basisonderwijs de eindtermen voor lezen. De scores voor luisteren zijn iets beter. De resultaten voor techniek in de eerste graad van het middelbaar onderwijs zijn positief. Dat blijkt uit een peiling van de KU Leuven die Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) vandaag heeft bekendgemaakt. Onderzoekers van de KU Leuven namen in 2017 een peiling Frans af bij 2.098 leerlingen van het zesde leerjaar in 78 basisscholen. De peiling bestond uit twee schriftelijke toetsen en een praktische proef spreken.

Positief is dat 7 op 10 leerlingen de eindtermen luisteren voor Frans behalen, voor lezen is dat net niet de helft (45 procent). Wat betreft spreken kunnen bijna alle leerlingen vragen beantwoorden in het Frans, maar ze doen dat inhoudelijk en vormelijk niet altijd correct. Ongeveer de helft van de leerlingen kan in het Frans iets navertellen, een persoon beschrijven of vragen begrijpen en beantwoorden. Minder dan één derde van de leerlingen kan een situatie aan de hand van een opsomming beschrijven en correcte vragen stellen.



“Sinds dit schooljaar krijgen basisscholen de mogelijkheid om onderwijs in vreemde talen te versterken”, zegt minister Crevits. “Dat kan door het stimuleren van taalinitiatie vanaf het eerste jaar lager onderwijs en de mogelijkheid om aan leerlingen die al een goede basis Nederlands hebben vanaf het derde jaar lager onderwijs Frans aan te bieden.”

De peiling techniek eerste graad werd in 2017 voor het eerst afgenomen bij 2.197 leerlingen uit 70 secundaire scholen verspreid over heel Vlaanderen. Er werd naast een schriftelijke toets ook een uitgebreide praktische proef afgenomen.

Voor de schriftelijke toets zijn de resultaten heel goed. Bijna 9 op de 10 leerlingen (86 procent) beheersen de eindtermen. Jongens (89 procent) doen het iets beter dan meisjes (83 procent). De resultaten op de praktische proef die bestond uit 6 opdrachten zijn minder éénduidig dan die van de schriftelijke proef. De resultaten zijn vaak afhankelijk van het type opdracht. In het algemeen valt het wel op dat leerlingen minder moeite hebben met iets ‘maken’ of ‘in gebruik nemen’ dan met ‘ontwerpen’ of ‘evalueren’.

bron: Belga