“Ik laat altijd iedereen zo objectief mogelijk aan het woord”

Foto / Outnow.ch

Zoals steeds op het festival van Cannes maken allerlei groeperingen van het evenement gebruik om met vlaggen te zwaaien en van zich te laten horen. Een film als ‘En guerre’, waarin de Franse regisseur Stéphane Brizé een beeld schetst van een harde en aanslepende staking in een automobielfabriek die met sluiting wordt bedreigd, is dan ook volledig op zijn plaats op het festival. Laten we om te beginnen wat dieper ingaan op de titel. Waartegen wil Brizé precies oorlog voeren?

Stéphane Brizé (kleine foto): “Ik ben kwaad op de wereld gekomen. Zo zit ik al sinds mijn geboorte in elkaar. Dat heeft niets met politiek te maken. Het is iets heel intiems. Bij Vincent Lindon, die de hoofdrol speelt in ‘En guerre’ en met wie ik al drie keer eerder heb samengewerkt, is het trouwens net hetzelfde. Nochtans komen we uit heel verschillende sociale milieus. Ik ben de zoon van een postbode en een huisvrouw, Vincent stamt uit de erudiete Parijse bourgeoisie. Als we niet allebei in de filmwereld waren beland, dan hadden we elkaar waarschijnlijk nooit ontmoet. Of misschien had ik meegestapt in een betoging om aan te klagen dat hij mensen op straat had gezet.” (lacht)

Maar waar was je dan zo kwaad om?



“Alles en nog wat. Het eerste concrete voorbeeld dat ik me kan herinneren, is dat mijn moeder me zei ‘Stéphane, dat is niets voor mensen zoals wij’. Ze had het over iets dat we niet mochten denken of doen of ambiëren. Ze bedoelde dat we er het geld niet voor hadden of dat het onze plaats niet was als kleine mensen. Ik kon daar niet mee leven. Ik haatte het idee dat ik blijkbaar voorbestemd was om op mijn plaats te blijven.”

En ben je nog altijd even kwaad?

“Ja, maar op een andere manier. Woede kan ook een heel goeie motor zijn. In mijn privéléven ben ik veel minder kwaad dan vroeger, in mijn films laait de woede steeds hoger op. Ik ben ook blij dat ik privé gekalmeerd ben. Kwaadheid is immers uitputtend en met ouder worden kun je er steeds minder de energie voor opbrengen. In mijn werk kan ik die woede veel beter doseren en het juiste effect bereiken. Ik ben sowieso heel trots op al de films die ik al gemaakt heb, dat ik ze tot een goed einde heb gebracht. In het geval van ‘En guerre’ ben ik ook nog eens blij dat ik op een constructieve manier een emotie heb gebruikt die me zo nauw aan het hart ligt.”

Ben je opgevoed met bepaalde politieke ideeën?

“Totaal niet. Bij ons thuis werd aan tafel nooit over politiek gepraat. Toen ik de volwassen wereld binnenstapte, heb ik mijn mening volledig zelf gevormd. Ik heb geen grote voorgevormde ideeën in het hoofd. Een van de grote positieve gevolgen is bijvoorbeeld dat ik altijd iedereen zo objectief mogelijk aan het woord laat. Bij mij komen alle partijen aan bod in een discussie. Daar heb ik in het geval van ‘En guerre’ heel veel tijd aan besteed. Niemand mocht een karikatuur worden. Daarom blijf ik ook liever onafhankelijk. Als ik me sterk zou engageren bij een vakbond of een politieke partij zou mijn taak veel lastiger worden.”

Je kunt ‘En guerre’ toch geen neutrale film noemen. Je voelt duidelijk waar je sympathie ligt.

“Dat is ook zo. Totale neutraliteit of objectiviteit bestaat niet. Zodra ik een centraal personage kies of mijn camera ergens neerzet, zeg ik wat mijn standpunt is. Maar de draak steken met bepaalde andere personages is nog iets helemaal anders. Als ik dat doe, schiet ik mezelf in de voet. En het is heel gemakkelijk om een karikatuur te maken van een politicus of een fabrieksbaas. Of van een vakbondsman trouwens. Veel mensen doen niets liever dan vakbondslui afschilderen als luidruchtige figuren die protesteren voor het minste. Zo geef ik ze niet weer. Als de vakbondsmensen in ‘En guerre’ lawaai maken, is het omdat ze lijden en kwaad zijn. Dat is precies het idee dat ik in het hoofd had toen ik aan de film begon: ik wou die woede legitiem maken.”

In de film zijn de werkgevers automatisch de tegenstander en dus de slechterik. Als regisseur ben je zelf ook werkgever. Hoe ga je om met die verantwoordelijkheid?

“Ik tracht dat met de nodige menselijkheid te doen. Dat is ook mogelijk. Het ene sluit het andere niet uit. Een CEO, een zwerver, een regisseur, een journalist, het kunnen allemaal evengoed goeie mensen als klootzakken zijn. Het hangt ervan af hoe je de wereld benadert.”

Wat is jouw verhouding met werk? Kun je gemakkelijk vakantie nemen?

“Eerlijk gezegd niet. Ik merk bijvoorbeeld een duidelijk verschil met mijn vrouw. Zij werkt bij een bedrijf en doet graag haar job, maar ze is toch altijd heel blij als ze vakantie heeft. Ik voel me telkens wel een week opgelucht als ik de laatste hand heb gelegd aan een scenario. En een paar dagen nadat ik de montage heb afgewerkt, ben ik tevreden met wat ik gepresteerd heb. Maar ik heb nooit het gevoel dat ik klaar ben. Ik ben nooit gerust. In mijn hoofd blijf ik bezig. Ik twijfel, ik stel me vragen, ik denk na. Ik moet mezelf dus dwingen om vakantie te nemen, om de machine even stil te leggen. Ik besef immers hoe belangrijk dat is.”

Ruben Nollet

RECENSIEOVERZICHT
En Guerre