N-VA en CD&V positief over “meer macht voor lidstaten” in nieuw Europees landbouwbeleid

Europees commissaris voor Landbouw Phil Hogan stelt vrijdag zijn plannen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in de periode na 2020 voor. Europees parlementsleden Sander Loones (N-VA) en Tom Vandenkendelaere (CD&V) konden de plannen al inkijken en zijn tevreden dat Hogan “meer macht” aan de lidstaten wil geven. Het voorstel voor een nieuw GLB past in de Europese meerjarenbegroting 2021-2027 die de Commissie begin mei op tafel legde. Toen klonk het al dat het landbouwbudget 365 miljard euro zou bedragen, 5 procent minder dan in de lopende begrotingsperiode. Volgens de Franse krant Le Monde zou de Commissie zich bij haar oorspronkelijke communicatie gebaseerd hebben op de lopende prijzen. Wordt de invloed van de inflatie geëlimineerd, dan zou de daling 12 procent bedragen, klonk het donderdag.
Wat de inhoud van het nieuwe GLB betreft, weten N-VA en CD&V al dat de inkomenssteun mee door de lidstaten zal kunnen worden bepaald – in België de facto door de deelstaten. “Vlaanderen zal kunnen bepalen hoe de herverdelende inkomenssteun er zal uitzien”, zegt CD&V’er Tom Vandenkendelaere. “Het bepaalt ook welke praktijken onze landbouwers zullen moeten gebruiken om aan de doelstellingen van het ‘eco-scheme te voldoen”. Dat houdt in dat lidstaten landbouwers kunnen ondersteunen die landbouwtechnieken toepassen die voordelig zijn voor milieu en klimaat.
Ook N-VA is tevreden dat “Vlaanderen een beleid zal kunnen voeren dat meer op maat is van onze Vlaamse boeren”. “Het is goed dat de Europese Commissie erkent dat lidstaten maatwerk moeten kunnen bieden in landbouwbeleid. Ik hoop dat ze die analyse ook doortrekt naar andere relevante beleidsdomeinen”, zegt Europarlementslid Sander Loones. Zijn partijgenote en Kamerlid Rita Gantois vindt het tevens een goede zaak dat de Commissie een bovengrens van 60.000 euro tot 100.000 euro wil invoeren voor de inkomenssteun die één bedrijf kan ontvangen. “Meer kleine boeren moeten zo aanspraak kunnen maken op een groter stuk van de taart.”
Vandenkendelaere stelt zich echter vragen bij de modaliteiten van dat laatste voorstel. “60.000 euro, dat klinkt goed, maar wie het voorstel goed leest, merkt dat de landbouwer daar de kosten voor arbeid bij kan rekenen. Dan is er helemaal geen sprake meer van een echte bovengrens, want in feite kan die tienduizenden euro’s hoger liggen.”

bron: Belga