Arnie Hammer: “Iedereen heeft een creatief proces”

Foto / Outnow.ch

Er zijn films die in de cinema verschijnen zodra ze klaar zijn. Andere doen daar jaren over… of halen het zelfs nooit. In februari 2017 stelde Armie Hammer op het filmfestival van Berlijn twee heel verschillende films voor: ‘Call Me By Your Name’, die in februari uitkwam en het heel goed deed, en ‘Final Portrait’ van Stanley Tucci, een biopic over het leven van Giacometti. Nu eindelijk in de Belgische zalen. Een gesprek met een veelbelovend Amerikaans acteur die navigeert tussen blockbusters en indiefilms.

‘Final Portrait’ vertelt het verhaal van een portret dat nooit afgeraakt en continu herbegonnen wordt. Is dat vergelijkbaar met je werk als acteur?

Armie Hammer: “Absoluut. Je kan het artistieke proces van Alberto Giacometti in deze film vergelijken met het creatieve proces van gelijk wie. Ook dat van journalisten. Jullie verzamelen eerst informatie via interviews, dan schrijven jullie die uit. Deleten, opnieuw beginnen… Tot het stuk perfect is. Een film is hetzelfde. Alleen kan je niet deleten, maar wel ‘Cut, opnieuw!’ roepen.”

Je personage is vrij passief. Hoe bereid je zo’n rol voor?



«Ik heb veel opgezocht over de echte James Lord, die trouwens een heel productief auteur was. Hij schreef veel naar zijn moeder in die periode. Die brieven heb ik teruggevonden en allemaal gelezen. Hij was heel ingetogen, maar dat wil niet zeggen dat hij niets te zeggen had. Alleen drukte hij zich uit door te schrijven. Hij was een beetje een voyeur: hij observeerde graag en was gefascineerd door het creatieve proces van Giacometti. Daarom kon hij wekenlang blijven zitten voor dat portret. Ik zou het al na vier dagen opgegeven hebben (lacht).»

Je hebt heel uiteenlopende films gemaakt. Kaskrakers zoals ‘Lone Ranger’ maar ook auteursfilms zoals ‘Nocturnal Animals’ of ‘Call Me By Your Name’…

“Ze hebben elk hun voordelen, maar ook een deel frustratie. Uit kleine projecten haal ik veel artistieke voldoening. Het idee dat ik het niet voor het geld doe, maar omdat ik er in geloof. Het feit van elke morgen zin te hebben om te gaan werken. Dat vind je niet makkelijk.”

Dat gevoel heb je minder met grote producties?

«Met grote budgetten komt een ander soort opwinding. Zoals wanneer je op de set aankomt en ze zeggen: «Vandaag gaan we dit doen, daarna blazen we dat op en draaien we die scène (lacht).» Dan kan je niet anders dan denken: «Wat een spektakel!» Maar omdat het zo’n grote machine is, gaat alles trager. Sommige dagen draai je maar anderhalve pagina van het scenario. Terwijl we voor deze volledige film twintig dagen hadden en soms negen pagina’s per dag filmden. Een heel ander ritme dus.»

Kijk je naar jezelf op het scherm?

“Niet echt. Dat is nooit makkelijk. Op dat vlak voel ik empathie voor Giacometti: ik begrijp die eeuwige ontevredenheid over je eigen werk. Al vind ik mezelf niet even slecht als hij (lacht). Ik heb deze film meer dan een jaar geleden gemaakt en heb er intussen drie of vier andere gedraaid. Elk project brengt je nieuwe dingen bij. Je leert en groeit. Dus als ik mezelf nu terugzie, denk ik eerder: “Ik had het zo of zo moeten doen.» Ik vind mezelf allesbehalve perfect. Integendeel (lacht).”

Laat je je beïnvloeden door succes of tegenslag?

“Mijn job begint pas echt de eerste keer dat de regisseur ‘Actie’ roept. En het stopt bij ‘Cut’. Met de rest probeer ik niet bezig te zijn.”

Lukt dat?

“Ik kan dat niet helemaal uitsluiten, want ik lees de recensies van andere films en ben geneigd die te geloven, dus… moet ik dat met de onze ook wel doen (lacht). Soms is het moeilijk om je slechte kritiek niet aan te trekken, vooral als je weet hoe hard iedereen gewerkt heeft aan het project. En dan heb ik het niet eens over de acteurs, die pas aankomen als het zwaarste al achter de rug is. Voor de eerste scène gefilmd wordt, zijn sommige mensen al maanden of zelfs jaren bezig. Dus als een film succes heeft, voel ik me goed voor die mensen. Valt het tegen, voel ik me slecht.”

Foto / Outnow.ch

Elli Mastorou