Derde Damiaanprijs gaat naar Vluchtelingenhuis van vzw Recht op Migratie

Het Damiaanfonds van de KU Leuven heeft vandaag de Damien Award (Damiaanprijs) 2018 uitgereikt aan het Vluchtelingenhuis van de vzw Recht op Migratie. Dat huis biedt sinds 2013 tijdelijke opvang aan vluchtelingen, bij voorrang aan de meest kwetsbare zoals minderjarigen, moeders met kinderen en ouderen. “Door zich in te zetten voor een groep gediscrimineerde medemensen, voor mensen die aan de rand van onze maatschappij verwaarloosd worden en niet gehoord worden, brengt het Vluchtelingenhuis Damiaan zijn ideeën vandaag in praktijk”, klonk het. Met de Damiaanprijs wil het Damiaanfonds elk jaar een indidivu of organisatie eren die het spirituele erfgoed van pater Damiaan verderzet. Dit jaar koos het Damiaanfonds voor het Vluchtelingenhuis omdat het een project in Leuven is dat tijdelijke opvang biedt aan dakloze vluchtelingen, omdat het een leefgemeenschap wil vormen over alle geloofsovertuigingen heen en omdat het voornamelijk draait op vrijwilligers.

“Deze mensen zetten zich belangeloos in voor mensen die buiten hun wil terecht zijn gekomen in onmenselijke situaties”, aldus de voorzitter van het Damiaanfonds, pater Juliaan Vandekerckhove.



“Deze prijs is een hart onder de riem van de zovele vrijwilligers”, zei pater Luc Van Impe van het Vluchtelingenhuis. “Het is pijnlijk om te zien hoe die mensen weggezet worden als naïevelingen omdat zij mensen in nood onderdak bieden of redden van de verdrinkingsdood, terwijl dat niet meer dan een morele plicht is. Wij geloven dat iedereen ter wereld het recht heeft op zoek te gaan naar een menswaardig leven, niet alleen wie vlucht voor oorlog, ook wie vlucht voor honger of armoede. Het is schrijnend dat vluchtelingen nog zo vaak afgeschilderd worden als profiteurs, en dat dergelijke uitspraken electoraal lonen. Een politiek van begrip en opvang wordt zo vervangen door een politiek van repressie en sancties. Met het Vluchtelingenhuis willen wij een boodschap uitdragen van solidariteit met de zwaksten in de samenleving.”

bron: Belga