MOVIES. Nanouk Leopold: “Achteraf gezien was het best wel gevaarlijk”

MOVIES. Nanouk Leopold:
Foto R.V.

Regisseur Nanouk Leopold wil een groter publiek bereiken. Dat ze dat hoopt te doen met een film als ‘Cobain’, een sociaal drama over een 15-jarige jongen die hengelt naar de affectie van zijn verslaafde en zich prostituerende moeder, zegt veel over de moeilijk doordringbare cinema die de Nederlandse voordien maakte. Op festivals valt ze echter telkens opnieuw in de smaak, en het is op zo’n evenement — de Berlinale — dat we mevrouw Leopold aan de tand voelen.

Het scenario van ‘Cobain’ is geschreven door je vaste producente, Stienette Bosklopper. Ze had nooit eerder een script geschreven. Had je geen schrik dat je haar gevoelens zou kwetsen als je je eigen ding zou doen met dit verhaal?

Nanouk Leopold: “Achteraf gezien dacht ik dat het best wel gevaarlijk was van mij, ja. Als het niet goed ging of als we ruzie hadden gemaakt, dan was ik mijn goeie werkrelatie met Stienette misschien kwijt geweest. Dat had gekund. Maar alles viel enorm mee. Je moet ook weten dat Stienette uit Groningen komt en Groningers zijn speciale mensen. Ze zijn heel eerlijk en direct. Soms houden mensen iets voor zich als ze het te pijnlijk vinden of je gevoelens niet willen kwetsen. Maar Stienette zal nooit liegen. Ze kan echt hard zijn. Dat vind ik dan weer een goeie werkrelatie, want je weet heel goed wat je aan elkaar hebt.”

Sprak het verhaal je meteen aan?



“Ja, maar het grappige is dat het eigenlijk niet voor mij bedoeld was. Stienette ging ervan uit dat het niets voor mij zou zijn. Ze liet het me lezen om mijn mening te weten en ik vond dat het zoveel energie uitstraalde en dat het zo’n heldere lijn had dat ik het absoluut wou doen. Het ging bovendien over een jongen van 15 uit een ander milieu dan ik tot nu had verkend. Bij mij spelen de verhalen zich vaak af in de middenklasse. Anderzijds ging mijn vorige film, ‘Boven is het stil’, over boeren en homo’s, en daar wist ik op dat moment ook niets van af. Dus dacht ik ‘Waarom niet proberen?’ Voor Stienette was het ook een grote verrassing.”

‘Boven is het stil’ was inderdaad al anders dan je voorgaande werk, zoals ‘Guernsey’ of ‘Brownian Movement’. Waarom dacht Stienette dan dat ‘Cobain’ niets voor jou zou zijn?

“Dat was vooral in het begin. En ik snap haar ook. In het begin van mijn carrière zou ik dit niet gedaan hebben. Op dat moment ben je ook jezelf aan het zoeken, wat je precies wilt doen met een film. Nu vind ik het juist leuk om daarin uitersten op te zoeken en te kijken of ik er nog mijn eigen film van kan maken. Dat gevoel heb ik wel degelijk bij ‘Cobain’. Alleen is hij anders. De film speelt veel meer met uitgesproken emoties dan ik gewoon was. Dat wou ik ook eens proberen.”

De jonge Bas Keizer is heel goed in de rol van Cobain. Waar heb je hem ontdekt?

“Het was geen gemakkelijke opdracht. Ik zocht iemand met een heel specifiek uiterlijk, die zowel kind als volwassene kon zijn. We hebben 500 kandidaten gezien, maar vaak waren ze of het een of het ander. Ik heb een eerste selectie gemaakt van 100 jongens met wie ik gewerkt heb. Daarna heb ik die groep weer uitgedund tot 12 jongens met wie ik een aantal workshops heb gedaan. Eigenlijk zitten die jongens ook allemaal in de film. Het zijn Cobains vrienden bij de voetbalwedstrijd of in het kinderhuis. Bas had nog iets speciaals in zijn gezicht. Je hebt het gevoel dat je echt in hem kunt kijken, dat je heel dichtbij kunt komen bij wat hij denkt. En hij heeft iets heel kwetsbaars, wat ook heel belangrijk was.”

Voor Cobains moeder doe je een beroep op een Belgische actrice, Naomi Vesillariou. Hoe ben je bij haar uitgekomen?

“Eigenlijk had Stienette haar al ontdekt. Ik heb voor de zekerheid ook nog twee andere actrices bekeken die het ook heel erg mooi deden, maar toen ik Naomi in het theater zag, wist ik dat ze perfect was. Ze is gewoon waanzinnig, iemand met een heel eigen energie en uitstraling. Ik wou niet het cliché van het drugshoertje, maar een vrouw die leven uitstraalt. Iemand van wie je heel snel kunt gaan houden, ook al is het ingewikkeld. Je moest geloven dat Cobain graag bij haar is, ook al is ze als moeder totaal ontoereikend.”

In een andere hoofdrol zien we Wim Opbrouck, die ook al meespeelde in ‘Boven is het stil’. Hij is net zoals Naomi een theatermaker. Merk je dat aan jullie samenwerking?

“Ze dachten allebei heel goed mee. Wim had bijvoorbeeld veel ideeën over de kleren die hij zou dragen. Hij kwam aanzetten met sarongs en dat vond ik een geweldig voorstel. Het bracht ons op het idee dat zijn personage, de pooier Wickmayer, misschien een hele tijd een bar heeft uitgebaat in Afrika. In het script stond immers dat hij van donkere vrouwen houdt. Op die manier zijn souvenirs uit die tijd in het huis geslopen. Die kledij maakt het personage heel excentriek maar ook weer heel eigen.”

Heb je je verdiept in de sociale rafelrand waar het verhaal zich afspeelt?

“Ja. Ik ben gaan praten met kinderen die in kinderhuizen wonen. Dan krijg je wel een beeld van hoe het is om zonder je ouders in een heel andere wereld te leven. Er gelden ook heel rare regels. Je mag bijvoorbeeld niet langer dan een jaar in dezelfde opvangplek verblijven, want anders ga je je hechten aan de leiding. Dat vind ik zo’n vreselijke gedachte, alsof het niet goed is dat je een emotionele band smeedt met iemand. Daarnaast heb ik contact gezocht met een stichting in Rotterdam waar daklozen en verslaafden de hele dag kunnen koffie drinken en biljarten en tv kijken. Daar heb ik een aantal dagen gezeten om met mensen te praten, de sfeer te proeven, te zien hoe ze zich bewegen, welke kleren ze dragen en wat ze met elkaar doen. Dat helpt ook om de clichés te doorprikken. Bij zo’n opvangplek denk je spontaan aan miserie en ellende, maar als ze daar aan het poolen zijn, is het eigenlijk best vrolijk en gezellig.” (lacht)

Ruben Nollet
@rubennollet