Weinig animo voor gemeenschapsdienst

Sinds vorig jaar mogen OCMW’s ­gemeenschapsdienst als voorwaarde verbinden aan het leefloon, op voorwaarde dat de leefloner ermee instemt. Op die manier gingen 113 leefloners aan het werk in 2017, zo schrijft De Standaard. Dat is maar een fractie van de 140.000 leefloners in ons land. Een succes is de gemeenschapsdienst dus niet. Dat merkt ook Nahima Lanjri (CD&V) op, die de cijfers vroeg aan minister van Maatschappelijke Integratie Denis Ducarme (MR). “Niet veel OCMW’s maken er gebruik van, nog geen een op de tien”, klinkt het.
De verklaring ligt wellicht bij de OCMW’s zelf. Slechts een op de vijf OCMW’s staat achter de gemeenschapsdienst, bleek al uit een rondvraag in 2015. Centrumsteden als Kortrijk, ­Mechelen, Gent, Aalst, Brugge, Sint-Niklaas en zelfs Antwerpen doen niet mee.
Wel een succes is het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI), dat sinds vorig jaar voor elke nieuwe leefloner verplicht is. Het aantal GPMI’s is sindsdien verdubbeld.

bron: Belga