Kazachgate – Kamer buigt zich woensdag over Kazachgate-conclusies

De Kamer debatteert komende woensdag over de conclusies van de commissie-Kazachgate. Die klopte eind maart na zes maanden van lange zittingen af op een eindrapport dat alleen de meerderheid goedkeurde. De parlementaire onderzoekscommissie Kazachgate draait rond de fameuze wet op de verruimde minnelijke schikking, of de ‘afkoopwet’. Die wet maakt het verdachten van financiële misdrijven sinds 2011 mogelijk hun vervolging af te kopen. Probleem? De afkoopwet werd in een stroomversnelling door het parlement gejaagd, omdat het plots opdook als amendement bij het wetsontwerp ‘houdende diverse bepalingen’.
De Belgisch-Oezbeekse miljardair Patokh Chodiev is de eerste die daarvan kan profiteren. Hij wordt samen met zijn kompaan Alijan Ibragimov en de Kirgiziër Alexander Machkevitch vervolgd in twee fraudezaken, maar het drietal kan hun zaak in juni 2011 afkopen, amper drie maanden nadat de wet is goedgekeurd.
De commissie-Kazachgate moest onderzoeken of die wet op de verruimde minnelijke schikking in 2011 tot stand is gekomen door ongeoorloofde beïnvloeding. De diamantsector en vooral Frankrijk kwamen daarbij in het vizier. De Kazachse president Nursultan Nazarbayev zou het Elysée in 2010 immers gevraagd hebben om de problemen van Chodiev en co in ons land te regelen. Chodiev investeerde zijn miljarden in Kazachs gas, en was er dus graag gezien. Amper tien dagen nadat het trio gebruik kan maken van de afkoopwet, sluit het Franse helikopterbedrijf Europcopter een miljoenendeal met Kazachstan.
De voormalige Franse minister van Binnenlandse Zaken Claude Géant gaf in de onderzoekscommissie toe dat er binnen het Elysée inderdaad een taskforce was opgericht om het ‘Kazachse trio’ een handje te helpen. Die taskforse stond onder leiding van de Française Catherine Degoul. Oud-Senaatsvoorzitter en minister van Staat Armand De Decker (MR) behoorde tot dat team.
Dedecker zou actief lobbywerk verricht hebben in de zaak-Chodiev. Zo ging hij op een zondag samen met Degoul thuis langs bij toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V), daags nadien kwamen ze nog eens samen op zijn kabinet. Volgens De Clerck kreeg hij toen de vraag om tussen te komen in het dossier, maar wees hij dat af.
Ook vicepremier Didier Reynders (MR) kwam niet ongeschonden uit het dossier. Zijn naam dook twee keer op in het dossier: een keer omdat een brief waarin Degoul zich bekloeg over de betaling van haar honoraria door Chodiev, ook aan hem zou zijn verstuurd, een tweede keer in de agenda van Degoul waarin een ontmoeting met ADD en DR stond – Armand De Decker en Didier Reynders dus.
Reynders zelf verklaarde dat hij niet op de hoogte was van de rol van De Decker in het dossier, net zomin als hij iets wist over de Franse taskforce. De brief van Degoul heeft hij nooit ontvangen, zegt hij. De ontmoeting met De Decker was er dan weer wel, maar die ging over een andere zaak.
Kortom, een ingewikkeld kluwen van mogelijke belangenvermenging, waarin ook de onderzoekscommissie niet helemaal tot op de bodem geraakte. Een ‘smoking gun’, is er niet gekomen. In de eindconclusie klonk het dan ook dat het wetgevende werk in de totstandkoming van de wet op de verruimde minnelijk schikking niet heeft geleden onder het gelobby en de pogingen tot manipulatie, al kregen de Fransen en De Decker wel een vingertik. Bovendien keurde enkel de meerderheid de tekst goed. De oppositie, onder leiding van commissievoorzitter Dirk Van der Maelen, stelde zelf een alternatief rapport voor.
Meerderheid en oppositie kruisen woensdag opnieuw de degens in de plenaire Kamer. Donderdag moeten ze het rapport goedkeuren. Intussen loopt in Bergen nog altijd een gerechtelijk onderzoek naar corruptie bij het tot stand komen van de wet.

bron: Belga