Waarom we de energiearmoede nog sneller moeten beperken

Waarom we de energiearmoede nog sneller moeten beperken
AFP / I. Ocon

Omwille van de klimaatopwarming, de zeldzaam wordende natuurlijke hulpbronnen en de explosieve demografische groei beschouwt de mens hernieuwbare energiebronnen als de oplossing van de toekomst. Talloze landen, die een directe groei nastreven, blijven echter terughoudend als het erop aankomt massaal in deze technologie te investeren. Ze is nochtans cruciaal om energiearmoede te beperken en de maatschappij koolstofvrij te maken.

Miljoenen mensen hebben nog steeds geen toegang tot bepaalde levensbelangrijke hulpbronnen, waaronder energie. Naar schatting 1 op de 5 mensen heeft nog steeds geen toegang tot elektriciteit, terwijl zo’n 3 miljard mensen nog afhankelijk zijn van hout, steenkool of dierlijk afval om hun maaltijden te bereiden of zich te verwarmen.

De rampzalige gevolgen van de klimaatopwarming in combinatie met een energievraag die blijft groeien, zetten de overheden aan om de ecologische voetafdruk van de verschillende energiebronnen drastisch te verkleinen. Momenteel zijn die verantwoordelijk voor ongeveer 60% van de broeikasgassen. In alle uithoeken van de wereld speelt hernieuwbare energie een belangrijke rol bij de overgang naar ecologisch verantwoorde systemen om de energie-efficiëntie te verhogen, de groei te ondersteunen en tegelijk het milieu te beschermen.

Te weinig ambitie

Het duurt echter te lang vooraleer er vooruitgang wordt geboekt. Om de doelstellingen op lange termijn te behalen, zijn er immers grootschalige en onmiddellijke investeringen in infrastructuur nodig. Die visie staat haaks op de behoeften van sommige ontwikkelingslanden die hun achterstand in de wereldwijde economische wedloop wensen in te halen. De rijke landen blijven ter plaatse trappelen. Om elk gezin tegen 2030 elektriciteit tegen een betaalbare prijs te verschaffen, moeten de overheden op het vlak van hernieuwbare alternatieven een versnelling horen schakelen. In een recente studie van het Internationaal Agentschap voor hernieuwbare energie (IRENA) werd de nadruk gelegd op het te kleine aandeel van hernieuwbare energie in Europa. Dat vertegenwoordigde 17% van de totale verbruikte energie in 2016.

Ook België is niet ambitieus genoeg. Over alle sectoren heen is slechts 8,7% van de verbruikte energie afkomstig van hernieuwbare energiebronnen. Binnen de EU doen alleen Nederland (6%), Malta (6%) en Luxemburg (5,4%) het slechter.

In 2016 was een op de vijf Belgische gezinnen door energiearmoede getroffen. Er is dus nog een lange weg af te leggen. De gewenste kernuitstap van België in 2025 zal gepaard moeten gaan met maatregelen die deze duurzame overgang vergemakkelijken als ons land tegelijk zijn ecologische voetafdruk wil verkleinen en energie voor alle burgers toegankelijk wil maken. Ter herinnering: tegen 2020 is België van plan om 13% van zijn globale verbruik hernieuwbaar te maken. Ondanks enkele kleine stappen voorwaarts heeft ons land nog een aanzienlijke achterstand.

“Er moet een gecombineerd energieverbruik komen”

Greenpeace heeft onlangs gemeld dat het internet enorm veel energie opslorpt en daardoor het milieu ernstig vervuilt. Nu dit een groeiende tendens is, zou een gedeeltelijke recyclage van de energie het fenomeen kunnen inperken. Dat stelt Damien Ernst, professor gespecialiseerd in energie aan de Université de Liège.

Houdt ons beleid rekening met die specifieke vervuiling?

“Helemaal niet! Bij het streven naar een koolstofvrije maatschappij is er altijd sprake van een beperking van het verbruik door de energie-efficiëntie te verhogen. Met nieuwe belastingen wordt er echter absoluut geen rekening gehouden. De gigantische belastingen van de ICT-sector (informatie- en communicatietechnologie), die vergelijkbaar met of zelfs groter worden dan die van de luchtvaartsector, worden totaal onderschat!”

Moet de privésector ingrijpen?

“Die kan slechts heel weinig doen. Sommige strategieën, zoals kleine serverparken in kelderverdiepingen van woongebouwen inrichten, kunnen doeltreffend zijn. Die zouden het bijvoorbeeld mogelijk maken om de warmte die door de elektrische energie wordt geproduceerd, terug te winnen. Een gecombineerd gebruik van het elektrisch vermogen om die digitale industrie te laten bestaan en er de warmte van terug te winnen, zou dus een interessante mogelijkheid zijn. Het is perfect denkbaar om thuis servers in plaats van elektrische verwarmingstoestellen te hebben. Er is ook sprake van de aanzienlijke belastingen afkomstig van systemen die cryptogeld genereren. We kunnen ons dus ook inbeelden dat we thuis, in plaats van elektrische verwarmingstoestellen, computers hebben staan die aan ‘mining’ van cryptogeld doen.”

Wat kan een doorsnee burger doen om zijn ecologische voetafdruk op digitaal vlak te verkleinen?

“Iedereen verbruikt weliswaar dagelijks enorm veel energie om te mailen, te surfen, enzovoort, maar foto’s, sociale netwerken en filmpjes zijn de voornaamste energieverslinders. De meest voor de hand liggende optie daarnaast is om niet regelmatig van smartphone te veranderen. Voor de productie ervan is er immers veertig keer meer energie nodig dan voor het gebruik. Die opmerking geldt ook voor andere technologische voorwerpen. Dat is de keerzijde van die industrie.”

(gg)

De SDG’s

Geen honger meer in de wereld, toegang tot schone energie, behoud van de biodiversiteit, enzovoort. Het zijn enkele van de 17 duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (DOD) die de VN in 2015 hebben aangenomen. Die moeten de wereld tegen 2030 op weg helpen naar een duurzame ontwikkeling door aandacht te hebben voor economische, maatschappelijke en ecologische problemen. Metro Green neemt elke week een van die doelstellingen onder de loep.