Rhye: “Er zijn blijkbaar al heel wat kinderen verwekt op mijn muziek”

Rhye
Foto Genvieve Medow

Zwoele r&b, onderhuidse soul, verleidelijke melodieën en subtiele elektronica zorgden voor een dodelijk efficiënte cocktail die van Rhye’s debuut ‘Woman’ een fenomeen maakte. Vijf jaar later is er ‘Blood’, rijper en nog zwoeler.

Deze keer staat de Canadees er wel alleen voor. Ten tijde van ‘Woman’ was Rhye nog een duo met de Deense producer Robin Hannibal. Die verliet het schip meteen na de release om zich op eigen projecten te focussen. Voor Milosh ging de wereld viraal open met 45,4 miljoen Spotify streams van de toenmalige openingstrack ‘Open’. Ondertussen heeft hij bijna vijf jaar getoerd met een debuutplaat. Een unicum…



“Waar ik me zeer goed van bewust ben. ‘Woman’ was de start van een rollercoaster waar geen einde aan leek te komen. Zo had ik bijvoorbeeld net een Europese of Amerikaanse tournee gedaan en maakte ik me klaar om enkele weken rust te nemen. Niet dus, want er kwamen al meteen aanvragen vanuit Azië binnen. En dan speel je plots in Jakarta en knijp je jezelf nog maar eens in de wang.”

Voor je doorbraak kon je nog spelen met een zekere genderverwarring. Rhye had achter de microfoon evengoed een vrouw kunnen zijn. Had je die ambigue situatie niet liever behouden?

“In alle eerlijkheid? Graag, ja. Maar het voelde verkeerd aan om die anonimiteit nog verder te cultiveren. Rhye werd veel groter dan ik aanvankelijk had ingeschat. Ik voelde dat fans een zekere duidelijkheid wensten en wilde geen fraudeur van mijn eigen mythe of muziek worden. Nu heb ik er wel vrede mee. Eigenlijk valt het best mee. Ik kan nog steeds in een bar een koffie bestellen met op de achtergrond een Rhye-nummer. En terwijl de serveerster zachtjes meezingt en me bedient, heeft ze er geen idee van wie ik ben. Het overkomt me wel vaker. Heerlijk.”

‘Blood’ is net als ‘Woman’ zeer subtiel in elkaar gestoken. Geen noot te veel, geen ritme te opdringerig, elk arrangement met kennis van zaken gewikt en gewogen… Hoe lang werk je aan een nummer?

“Gemiddeld een dag of vier, vijf. Ik trek me terug in mijn huisstudio en begin te experimenteren. Ik zoek en probeer tot er zich plots iets aandoet dat mijn fantasie prikkelt. En dan ben ik vertrokken. Het is altijd zoeken naar de perfecte balans tussen bijvoorbeeld sensualiteit en intensiteit.”

Het zou al te goedkoop zijn om ‘Blood’ af te schilderen als de ultieme slaapkamerplaat, niet?

“Ik begrijp wel waarom mensen dat schrijven over mijn muziek. Er zijn blijkbaar al heel wat kinderen verwekt op de tonen van een van mijn songs. (lachend) Ach, het kan misschien wat ‘cheesy’ klinken. Zo sta ik toch maar aan de basis van een nieuw leven. Maar ik probeer binnen die eenheid van een album toch voldoende variatie na te streven. Zo voel je in ‘Feel Your Weight’ wat geflirt met disco en heeft ‘Count To Five’ onmiskenbaar een funkondertoon. En niets wat je hoort, staat er vrijblijvend op. Alles wat ik doe, is in functie van de song.”

Vijf jaar tussen twee albums is volgens Het Grote Wetboek Van De Popmuziek pure commerciële zelfmoord. En toch heb je het overleefd, want ook nu sta je voor volle zalen. Hoe verklaar je dat?

“Ik heb mezelf nooit verloochend en veel geduld gehad. Eerst en vooral moest ik mezelf uitkopen. Ik zat vast aan een contract dat mijn artistieke vrijheid te veel aan banden legde. Ik bespaar je de details, maar het was een behoorlijke som geld die ik enkel en alleen bij elkaar kon krijgen door veel te spelen. Eens ik mezelf financieel bevrijd had na zo’n vijfhonderd concerten, waren er nog twee jaren nodig om ‘Blood’ te maken. Ik deed ook alles zelf want aanvankelijk toerde ik met verlies en moest ik alles herdenken. Ik ben een hele periode mijn eigen tourmanager geweest. En ik had ook geen eigen technische ploeg. Het was een harde leerschool, maar ondertussen heb ik een zevenkoppige band die perfect aanvoelt wat ik wil bereiken op een podium.”

In alles wat je doet – zowel muzikaal als visueel – schuilt naar mijn bescheiden mening een perfectionist. Klopt dat?

“Misschien wel, want ik vertrouw niemand anders om datgene te vertegenwoordigen dat ik wil bereiken en uitstralen. Neem nu het artwork. Op de hoes zie je de naakte rug van mijn huidige vriendin en muze Geneviève Jenkins. Ik vind het een zeer krachtig, maar tegelijkertijd ook breekbaar beeld. En net die kwetsbaarheid intrigeert me als songschrijver. Maar ook als fotograaf. Ik ben nog modefotograaf geweest en heb dus de juiste vaardigheden om dit allemaal tot een goed einde te brengen. Ik weet best wel dat er veel meer getalenteerde fotografen rondlopen. Alleen ziet niemand wat ik zie wanneer ik aan Rhye denk. Het heeft me ook maanden gekost om de juiste foto’s te maken voor ‘Blood’. Met iemand anders werken zou me een fortuin gekost hebben.”

Zijn de foto’s daadwerkelijk genomen nadat Geneviève in een ijskoud meer was gesprongen?

“Gedeeltelijk. De foto’s binnenin heb ik in Californië gemaakt. Ik woon en werk in LA. Voor de albumcover drukte ik af in IJsland waar we van een korte vakantie genoten. Geneviève had zo’n tien minuten gezwommen in een klein gletsjermeer. Ze kwam net uit het water en ik drukte af. Ik vond het een magisch moment en perfect als visueel uithangbord voor ‘Blood’.”

Het blijft een wonderlijk gegeven hoe je de dag van vandaag als muzikant kan overleven in een wereld vol aandachtsmoeheid. En laat een plaat van Rhye nu net iets zijn waarin je je moet onderdompelen.

“Volledig met je eens en daar streef ik ook naar. Ik kies voor een totaalervaring geboren uit een eerlijke benadering van wat ik doe. Ik werd waarschijnlijk gedumpt door mijn eerste platenfirma Polydor omdat ik niet onmiddellijk verkocht en winst opleverde. Maar ik schrijf niet elke dag een song. Heel wat muzikanten zijn robots die op bestelling een song kunnen afleveren. Ik zit helemaal anders in elkaar. Dingen kunnen bijzonder waardevol zijn zonder dat ze echt geld opleveren. En vanuit die optiek benader ik mijn songs. Dat ik er nu wel van kan leven, beschouw ik als een zeer welgekomen bonus.”

Live op zondag 25 maart in de AB, Brussel.
Dirk Fryns