Filmlegende Charlotte Rampling verbluft met haar hoofdrol in ‘Hannah’

Charlotte Rampling verbluft met haar hoofdrol in 'Hannah'
Foto Jour 2 fëte

Hoe lang je ook in het journalistenvak zit, het blijft je iets doen als je een echte filmlegende tegenover je krijgt. En op die titel mag Charlotte Rampling zeker aanspraak maken. In de swinging sixties was de Britse actrice een ‘It Girl’, in de jaren 70 zorgde ze mee voor spraakmakende Europese films als ‘The Damned’ en ‘The Night Porter’, later volgden nog onder meer ‘Max, Mon Amour’ en ‘Angel Heart’. Maar ze is zeker ook bekend om haar unieke ogen, een indringende blik die al snel een eigen naam kreeg: The Look. Op haar 72ste heeft ze nog niets van die intensiteit verloren, bewijst ze als het titelpersonage in het stille drama ‘Hannah’.

‘Hannah’ legt bijna niet uit wat er met jouw personage aan de hand is. Heb je lang moeten zoeken naar wie ze is?

Charlotte Rampling: “Dat wees zichzelf uit. Ik hou van die uitgepuurde vertelstijl. Het is alsof Andrea Pallaoro (de regisseur/scenarist, red.) het hele onderwerp condenseert in Hannahs gedachten. Hij zocht voortdurend naar manieren om het verhaal nog meer te reduceren tot zijn essentie. Mijn acteerstijl is daar ook een voorbeeld van. Bij zowat elke scène vroeg Andrea om nog minder expressief te zijn, tot er nauwelijks nog iets overbleef. Ik gaf hem telkens een aantal variaties waaruit hij zou kunnen kiezen, en elke keer klonk het ‘Nee nee, totaal geen emoties tonen’. Dat was wat hij wou.”

Omdat Hannah een compleet geïsoleerde vrouw is?



“Precies. Ze praat nauwelijks met iemand. Een beetje tegen haar hond of tegen haar buur. Als je alleen bent, toon je geen emoties. Je kropt alles op. Je kunt nu en dan wel exploderen, maar voor de rest kun je enkel proberen om het te verteren. En als mensen vragen hoe het met je gaat, laat je niets zien. Dat is wat emotionele pijn zo angstaanjagend maakt.”

Ze volgt wel acteerles. Welke rol speelt die hobby in Hannahs leven, denk je?

“Het is haar reddingsboei. Zo blijft ze in leven. Ze vindt er het gemeenschapsgevoel dat ze voor de rest compleet mist. Ze is samen met mensen zonder dat ze echt contact hoeft te zoeken. Daar is ze niet toe in staat. In die acteergroep praat ze ook niet echt met anderen, maar ze kan er wel uitdrukking geven aan wat ze voelt. Al is het dan via acteeroefeningen en dialogen die op papier staan. De oerschreeuw waarmee de film begint, is een bestaande oefening. We hebben die scène pas tegen het einde van de draaiperiode opgenomen, en het voelde echt bevrijdend.”

Zie je Hannah als een slachtoffer, of ze is toch ook schuldig?

“Moeilijk te zeggen. Haar man zit in de gevangenis, en de film laat vermoeden dat het voor een vreselijke misdaad is. Heeft zij zich ook iets te verwijten? Misschien wel. Het is trouwens een van de redenen waarom je dit verhaal enkel zo summier kunt vertellen. Ik kan me in elk geval niet voorstellen hoe een vrouw in haar situatie zich moet voelen. Hoe reageer je als je zoiets overkomt?”

Een groot deel van de film zie je haar op het openbaar vervoer. Ik heb de indruk dat ze daar graag zit, alsof ze zich daar thuis voelt.

“Ze leeft via andere mensen. Als je zo slecht in je vel zit als Hannah zoek je indirecte oplossingen. Je hecht je aan dingen of plaatsen waar je ongestoord jezelf kunt zijn. Het openbaar vervoer is zo’n plaats. Je kunt er ongestoord anoniem zijn. Niemand hoeft iets te zeggen omdat je gewoon samen onderweg bent. Het is een goeie manier om minder eenzaam te zijn. Ik herken dat gevoel. Ik neem zelf vaak de trein of de tram of de metro. Voor een deel omdat ik in Parijs woon en het een praktische manier is om van a naar b te gaan. Maar als ik erbij stilsta, is het ook omdat ik er anoniem kan zijn.”

Ook al ben je Charlotte Rampling, een bekende actrice met 50 jaar ervaring achter de kiezen?

“Ja. Niemand kijkt naar me om. Ze herkennen me soms wel, maar ze respecteren die ongeschreven wet van het openbaar vervoer. Iedereen zit er in zijn eigen ruimte. Het neemt niet weg dat ik graag van de gelegenheid gebruik maak om naar anderen te kijken. Niemand merkt het toch, want ze zijn bezig met hun eigen ding, hun eigen gedachten. Wachten, lezen, babbelen, muziek luisteren, telefoneren. Maar tegelijk is het een vorm van gezelschap.”

Jullie hebben de film grotendeels gedraaid in Brussel, maar er is ook belangrijk moment met een gestrande walvis aan de Belgische kust. Stond die scène altijd in het script?

“In het oorspronkelijke script kwam die walvis eigenlijk nog meer aan bod. Het was zo’n beetje het grote symbool van de film. Aanvankelijk heette het project ook ‘The Whale’. Ik was behoorlijk onder de indruk van die nagemaakte potvis. Die is overigens niet speciaal voor onze film gemaakt. Het is een bouwwerk dat al bestond en dat op verschillende plaatsen op het strand wordt gelegd, om de mensen bewust te maken van deze buitengewone wezens zich bevinden. Hoe groot ze zijn, hoe ze eruitzien, hoe problematisch hun situatie is.”

Je acteert alweer compleet zonder ijdelheid. Wat is het geheim?

“Waarom zou ik proberen om iemand te zijn die ik niet ben? Het heeft geen zin om te panikeren of bang te zijn dat je ouder wordt. Je groeit als persoon en je gezicht groeit mee. Ik zal niet ontkennen dat ik me een tijdje geleden ook zorgen heb gemaakt omdat ik mijn jeugdige schoonheid zag verdwijnen. Die periode heeft vrij lang aangesleept — een jaar of tien. Dan krijg je zin om in te grijpen met cosmetische operaties. Alleen is het gevolg van zulke ingrepen dat niemand nog weet hoe oud je bent, en dat kan ook niet de bedoeling zijn. Als je die fysieke verandering eenmaal doorgemaakt heb, stel je vast dat je ander soort schoonheid hebt gekregen.”

Ruben Nollet

RECENSIEOVERZICHT
'Hannah'