Hulpkonvooi in Oost-Ghouta riskeert onder vuur genomen te worden

Aanhoudende bombardementen bedreigen een internationaal hulpkonvooi in het Syrische rebellengebied Oost-Ghouta. De strijdende partijen, onder wie Rusland, hadden garanties gegeven, maar toch zijn er verdere bombardementen op de omgeving rond de belegerde stad Doema, in Oost-Ghouta. Dat meldt de noodhulpcoördinator van de VN in Syrië, Ali al-Satari, vandaag. De VN-kinderrechtenorganisatie Unicef heeft de verschillende partijen vandaag nog maar eens opgeroepen hulpleveringen mogelijk te maken. “We hebben eindelijk nood aan een wapenstilstand, die echt zo genoemd mag worden”, aldus de Belgische directeur voor de regio, Geert Cappelaere. “Hoe moet ons medisch personeel daar werken, als de strijdende partijen medisch materiaal ontvreemden uit hulpkonvooien?” Het hulpkonvooi, van de VN en het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC), kwam vandaag binnen in het laatste steunpunt van de rebellen bij Damascus. Begin deze week diende de verdeling van hulpmiddelen nog gestaakt.

Sinds 2013 wordt de regio belegerd: goed 400.000 mensen zijn intussen afgesneden van de rest van de buitenwereld. Door die blokkade is de humanitaire situatie er dramatisch: er is een gebrek aan voeding, medicijnen en ander medisch materiaal en elektriciteit. Unicef schat dat 40 pct van de ruim 200.000 kinderen in het gebied chronisch ondervoed is.



In de versie van het Syrische leger wordt er strijd gevoerd tegen een bondgenootschap van islamistische groepen, ten oosten van Damascus. Midden februari werd het offensief tegen de enclave opgevoerd, en sindsdien vielen bijna 1.000 doden.

bron: Belga