KSO-leerlingen willen zo vroeg mogelijk aan kunsthumaniora beginnen

Amper 17 procent van de leerlingen in het kunstsecundair onderwijs (KSO) is daar al sinds het eerste jaar ingeschreven, terwijl twee derde aangeeft dat dat beter zou zijn. Dat blijkt uit een bevraging van 2030 leerlingen uit kunsthumaniora of scholen waar je dergelijke opleidingen kan volgen. De netoverschrijdende koepel van Vlaamse KSO-scholen stelt dat er vooral bij ouders nog te veel vooroordelen bestaan tegen het KSO. Bijna één op twee respondenten wilde al meteen na de lagere school starten in een kunsthumaniora, maar zou dat meestal niet gemogen hebben van zijn of haar ouders. De meeste leerlingen stromen pas in tijdens de tweede graad (62 procent), veelal na het volgen van een ASO-opleiding. Volgens bijna de helft van de bevraagde leerlingen vinden hun ouders dat laatste immers beter. Een kwart van de ouders zou bovendien weinig kansen op de arbeidsmarkt zien met een KSO-diploma, en evenveel ouders zouden denken dat je er niet mee naar de universiteit of hogeschool kan.
Om die vooroordelen weg te werken, organiseren de KSO-scholen van het Nederlandstalig onderwijs woensdag voor de tweede keer “KSO uit de kast”. Ze trekken op verschillende locaties de straat op met een samenspel van woord, muziek, dans, ballet en beeldend werk om voorbijgangers te laten kennismaken met de verschillende KSO-opleidingen. “De statistieken geven aarzelende ouders ongelijk”, zegt Kris Bauwens voorzitter van KSO-koepel De Kunstgroep. “80 procent van de leerlingen dans en muziek stroomt bijvoorbeeld door naar het hoger kunstonderwijs.”
Volgens de enquête voelen leerlingen die na het eerste jaar instromen zich vervolgens gelukkiger (71 procent) en zelfzekerder (69 procent). Twee derde van de leerlingen geeft aan dat instromen in het eerste jaar beter is of zou zijn geweest.

bron: Belga