SDG: De strijd tegen de hongersnood

SDG: De strijd tegen de hongerdood
AFP / F. J. Brown

Na tien jaar dalen was er in 2016 weer meer honger in de wereld. Ruim 815 miljoen mensen zijn er slachtoffer van, goed voor 11% van de wereldbevolking.

Eind 2017 publiceerde de VN zijn recentste rapport over voedselzekerheid in de wereld. De resultaten zijn alarmerend. De dalende trend is omgeslagen en het aantal slachtoffers van ondervoeding is weer gestegen. Dat is vooral te wijten aan de toename van het aantal gewelddadige conflicten (In Jemen, bijvoorbeeld, waar door het conflict met buurland Saudi-Arabië 8,4 miljoen mensen honger lijden).

Maar de situatie is ook het gevolg van klimaatschokken, zegt de VN. Vreedzame regio’s werden getroffen door droogte of overstromingen, vooral als gevolg van het klimaatverschijnsel El Niño. Onderzoekers waarschuwen voor het risico dat deze voedselcrises ontaarden in sociale of zelfs gewapende conflicten.

De pistes van de VN

De internationale gemeenschap wil dat iedereen het hele jaar toegang heeft tot voldoende gezonde en voedzame voeding. “Daarvoor moeten de landbouwproductie en de inkomens van kleine producenten verdubbelen”, luidt het. De meeste slachtoffers van honger zijn namelijk boeren (zie kaderstuk). Deze paradoxale situatie kan deels verklaard worden door de keuze voor exportmonoculturen, zoals de aardnoot in Senegal. “De boeren moeten hun producten dan verkopen op de internationale markten en met de opbrengst hun eigen eten kopen”, zegt Masse Nieng, de vertegenwoordiger van een landbouworganisatie in Senegal. “Het probleem is dat ze daarvoor vaak niet genoeg verdienen. Voedsellandbouw – zelf produceren wat je eet – is beter geschikt om honger te bestrijden. En met wat opleiding en hulp om het nodige materiaal te kopen, kan dat heel efficiënt zijn.”

De VN benadrukt wel dat dit moet gebeuren met behoud van de ecosystemen. De strijd tegen honger mag dus niet gestreden worden door de ontwikkeling van intensieve landbouw, die vaak gepaard gaat met de vernietiging van natuurlijke milieus, maar door het versterken van de capaciteiten van kleine producenten.

Francois GraasInterview

Familielandbouw is het beste model om het aantal mensen dat honger lijdt te verminderen, vindt François Graas, pleitbezorger van de Belgische ngo SOS Faim.

Waarom is familielandbouw beter dan andere productiemodellen?

“Honger is niet zozeer een probleem van beschikbaar voedsel, maar van toegang tot dat voedsel. We produceren meer dan genoeg eten voor de hele planeet. Maar velen hebben niet de middelen om die voeding te kopen. En vaak zijn het de boeren zelf die niet genoeg verdienen.”

Waarom is familielandbouw dan efficiënter?

“Het is een model waarin de producenten de vruchten van hun werk consumeren. Er wordt weleens gezegd dat het minder efficiënt is dan intensieve landbouw. Maar een deel van de opbrengst van deze landbouw wordt niet meegerekend. Je mag niet vergeten dat een efficiënte familielandbouw de plattelandsvlucht reduceert, samen met alle armoedeproblemen van dien in de steden. Het kan ook de emigratie verminderen, omdat wie wil vertrekken genoeg heeft om ter plaatse een bevredigend leven te leiden.”

Hoe ondersteunt SOS Faim de familielandbouw?

“We geven financiële steun aan lokale projecten in acht landen om de technieken van boeren te verbeteren via opleidingen, de aankoop van materiaal, het bundelen van middelen… We helpen de landbouwers ook zich te structureren. Dat kan resulteren in de oprichting van coöperaties, die kleine producenten makkelijker toegang geven tot de markten. Ze kunnen eventuele overschotten verkopen om inkomsten te creëren en andere kosten te dekken.”

Jullie pleiten ook op Europees niveau voor beleidswijzigingen…

“Het beleid in België, bijvoorbeeld, gaat de slechte kant uit. Er wordt momenteel gekozen om een erg bedrijfsgerichte landbouw te ondersteunen. Dat lost het probleem niet op voor gezinnen zonder inkomsten. We pleiten er ook voor geen gesubsidieerde Europese producten zoals melk meer te exporteren. Het heeft geen zin goedkope producten uit te voeren, want de lokale productie kan daar niet mee concurreren. Het vernietigt jobs van lokale boeren en drijft hen in de armoede. Ze riskeren niet genoeg voedsel meer te kunnen kopen, ook al kost die niet veel.”

Camille Goret

De SDG’s

In 2015 namen de Verenigde Naties 17 Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals of SDG’s) aan. De bedoeling is de wereld tegen 2030 op het spoor van de duurzame ontwikkeling te zetten, door economische, sociale en ecologische problemen aan te pakken. Iedere week zoomt Metro, als SDG Voice in 2018, in op een van die doelstellingen.