Simple Minds: “Zelfmedelijden is dodelijk voor de creativiteit”

Foto R.V.

Sommige kinderdromen gaan een leven lang mee en daar is Jim Kerr van Simple Minds misschien wel het beste bewijs van. «Als 18-jarige wilde ik graag in een legendarische band spelen. Die droom is veertig jaar lang intact gebleven», grijnst de frontman. 

De plaats van het interview is Hotel Amigo, vlakbij de Grote Markt in Brussel. Het is zo’n plek waar de portier in pak spontaan de deur voor je opent en het ontbijt eruitziet alsof het zo van de Pinterest-pagina van The Jane geplukt is. Hier draait het personeel z’n handen niet om voor een beroemdheid meer of minder, al laat Jim Kerr zich niet gemakkelijk betrappen op sterallures. De 58-jarige Schot is de sympathie zelve en wellicht één van de weinige muzikanten die erin geslaagd is om in zijn lange carrière geen wrok te kweken tegenover journalisten.



Aanleiding voor het interview is het veertigjarig bestaan van de band en de bijbehorende plaat, ‘Walk between worlds’. Wie stilaan begon te hopen dat Kerr & Co hun laatste noten zouden uitblazen, is er dus aan voor de moeite. Ook na veertig jaar heeft de band zowel goesting als ambitie op overschot.

«Ik ben deze ochtend om half zeven opgestaan om aan een song te werken», verklaart Kerr. «Voor ons als band is dit een heel dankbare periode: onze kinderen zijn uit huis en er is geen druk meer van buitenaf. Dat maakt dat we honderd keer relaxter zijn dan vroeger. We hebben niets meer te verliezen. Dat besef werkt bevrijdend.»

Die uitspraak is verrassend, zeker als je weet dat Kerr naar aanloop van deze 18de studioplaat drummer Mel Gaynor (27 jaar trouwe dienst) en toetsenist Andy Gillespie (14 jaar op de teller) resoluut aan de kant zette.

Begon er sleet te komen op het vertrouwde recept?

«Zelfs de meest briljante artiest heeft zo z’n slechte momenten. Niet die momenten an sich zijn belangrijk, maar wel hoe je ermee omgaat. Zeker als je veertig jaar lang dezelfde job doet, is het cruciaal dat je manieren vindt om terug uit zo’n creatief dal te klimmen. Deze keer heb ik ervoor gekozen om met andere mensen samen te werken. Maar ook het leren van een andere taal kan bijvoorbeeld helpen. Je mag in ieder geval niet te veel zelfmedelijden krijgen, want dat is dodelijk. Stel dat die inspiratie op is, dan moet je je daarbij neerleggen. Het is niet alsof je je publiek iets verschuldigd bent.»

Ben je na al die jaren niet bang om nodeloos in herhaling te vallen?

«Elke groep heeft wel een paar vertrouwde thema’s die deel uitmaken van je DNA, denk bijvoorbeeld aan Bob Dylan die voortdurend over Amerika zingt. En uiteraard heb je na verloop van tijd wel het gevoel dat je er al veel gezegd is, maar dat is een fase. Uiteindelijk vind je wel weer iets om over door te bomen in je songs.»

In de plaat heb je het herhaaldelijk over het gebrek aan empathie in onze samenleving. Heb je het gevoel dat iedereen meer en meer in zijn eigen bubbel leeft?

«Ik heb inderdaad het idee dat mensen zich steeds moeilijker in elkaar kunnen verplaatsen. Iedereen is obsessief in de weer met zijn telefoon en er is minder en minder real life contact. Soms is dat jammer. Al moet ik ook eerlijk toegeven dat ik geen recht van spreken heb: zelf heb ik de afgelopen veertig jaar ook in een bubbel geleefd. Als muzikant besef je soms niet dat je op tour op een andere planeet leeft.»

En wat doe je dan als je thuiskomt bij je familie, die wellicht gewoon in Glasgow woont?

«Ik maak heel lange bergwandelingen om tot rust te komen en niet volledig uit balans te geraken. Op een van die bergen bij mij in de buurt staat een reusachtige olijvenboom die na 1.000 jaar nog steeds heerlijke olijven produceert. Dat plaatst alles weer in perspectief. Wat zijn 40 jaar en 18 platen in vergelijking met die 1.000 jaar en wellicht honderdduizenden olijven?»

Wie naar de teksten van ‘Walking between worlds’ luistert, krijgt soms de indruk dat je een jonge ghostwriter hebt ingehuurd. Er klinkt zowel ambitie als dankbaarheid doorheen de songs.

«Dat is een mooi compliment. We beseffen gewoon dat we een indrukwekkend parcours hebben afgelegd en dat we dat grotendeels aan toevalligheden te danken hebben. Dat we ooit hier zouden zitten is hoogst onwaarschijnlijk. Ik heb nooit muzikale opleiding gehad, ik heb geen rijke vader of invloedrijke vrienden… We waren gewoon een groep jongens die uit het niets aan band zijn begonnen. Dit alles is het product van onze verbeeldingskracht. Aan de prille start van Simple Minds was het onze grote droom om een goede band te worden. En eigenlijk is er op die veertig jaar amper iets veranderd.»

Het is opvallend dat je nog steeds dezelfde dromen koestert, zeker in een maatschappij waarin we voortdurend geacht worden om te streven naar verandering en vernieuwing.

«Ik zweer vooral bij authenticiteit, eerder dan bij verandering. Als je echt door iets gepassioneerd bent, dan verandert dat niet zo snel. Als je wil leven van die passie, moet je er gewoon voor zorgen dat je iets produceert dat uitzonderlijk is. Want de grote massa heeft geen tijd om naar matige of zelfs goede prestaties te kijken of te luisteren. Ze wilt alleen het beste van het beste te zien krijgen. En dat drijft me om mezelf steeds te blijven overtreffen.»

Mare Hotterbeekx