Nooit eerder zo veel meldingen van spoorlopers

Nooit eerder zo veel meldingen van spoorlopers

Het aantal meldingen van spoorlopers is vorig jaar gestegen tot meer dan 800, een record. Zeven spoorlopers kwamen om het leven en er vielen ook zeven zwaargewonden. Dat meldt spoornetbeheerder Infrabel. Exact 807 keer kwam er een melding binnen van mensen die op, over of naast de sporen liepen op plaatsen waar dat verboden is. Het aantal meldingen lag 16 procent hoger dan in 2016, toen het er 679 waren.

Er werden het vaakst spoorlopers gemeld in Brussel (125). Ook in Antwerpen en Vlaams-Brabant liepen er meer dan 100 meldingen binnen. Infrabel telt 53 “hotspots”, plaatsen waar er regelmatig spoorlopers zijn. Die beveiligen is een van de prioriteiten in de strijd tegen spoorlopen. Daarnaast zet Infrabel in op sensibiliseringscampagnes, afsluitingen, struikelmatten, camerabewaking …

Net als in 2016 waren er zeven dodelijke slachtoffers te betreuren. Het aantal zwaargewonden steeg van één naar zeven.

“Te vaak wordt het gevaar van spoorlopen gebanaliseerd”, stelt de spoornetbeheerder in een persbericht. “Te veel mensen schatten de snelheid van een aankomende trein verkeerd in. Of ze steken de sporen over na het voorbijrijden van een trein en ze beseffen niet dat er ook nog een trein uit de andere richting kan komen.”

De gemiddelde spoorloper is een man van 18 tot 24 jaar die in de buurt van de sporen woont. In bijna de helft van de gevallen doet hij dat om een kortere weg te nemen.

Wanneer een spoorloper wordt gemeld, wordt het treinverkeer ter plaatse stilgelegd of vertraagd. In totaal liepen treinen vorig jaar zo 140.312 minuten vertraging op, of gemiddeld meer dan zes uur vertraging per dag.

bron: Belga