Ziad Doueiri: "Ik heb een enorm talent om mensen te beledigen"

Ziad Doueiri:

Twee mannen beledigen elkaar in een straat in Beiroet. De ene is een Libanese christen, de andere een Palestijn. Wat volgt is een mix van rechtbankdrama, sociaal-politiek conflict en sociale komedie. ‘The Insult’ is een krachtige en universele film, niet verwonderlijk als je weet dat de Libanese regisseur Ziad Doueiri geboren is in een pro-Palestijnse familie en dat hij in Libanon, de VS, Mexico en Frankrijk woonde. En vooral dat hij als geen ander de kunst van het beledigen verstaat.

Hoe is je film ontstaan?

Ziad Doueiri: “Het is iets dat me echt overkomen is, drie jaar geleden in Beiroet. Ik sta op mijn balkon de planten water te geven en er vallen een paar druppels op iemand in de straat. Die begint me meteen uit te schelden en ik merk aan zijn accent dat hij Palestijn is. Toen heb ik iets gezegd dat je nooit tegen een Palestijn moet zeggen… Een citaat van Ariel Sharon. Mijn vriendin zei: “Hoe kan je zoiets nu zeggen tegen een Palestijn?” Ze had gelijk, dus ik ben naar beneden gegaan om me te verontschuldigen. Waarom ik net dit verhaal wou vertellen? Geen idee. Gewoon omdat ik er zin in had. Heel instinctief.”

Dus het personage van Toni is op jezelf gebaseerd?



“Ja, maar vergeleken met mij is Toni Nelson Mandela! (lacht) Ik heb een echt talent ontwikkeld om mensen te beledigen. Als we twee, drie uur praten dan vind ik het ergste wat ik tegen je kan zeggen (lacht).”

Net als in je vorige film, ‘The Attack’, zit er weer die drang in om aan de overkant te gaan kijken en in de schoenen van de vijand te staan.

“Ik ben opgegroeid in Beiroet, in een erg linkse familie waar alles in het teken stond van de bevrijding van Palestina. De Palestijnse vlag was heilig bij ons thuis. Mijn hele jeugd was de vijand aan de overkant van de straat. Toen ik in 1983 klaar was met de middelbare school ben ik film gaan studeren in de VS. Daar ben ik 15 jaar gebleven. Toen ik terug naar huis ging om mijn eerste film te draaien, was alles anders. Ik was nieuwsgierig naar de mensen die we ooit zo haatten. Resultaat: mijn vrouw komt uit het andere kamp, waartegen ik zolang gevochten heb.”

Vanwaar het idee van het proces?

“Dat kwam vrij snel toen ik de personages aan het uitschrijven was. Mijn ooms zijn rechters en mijn moeder advocate. Ze is er nu 80 maar gaat nog elke dag naar kantoor. Ik ben dus opgegroeid met juridisch gebrabbel. Maar de film gaat niet over het proces. Het gaat over Toni en Yasser, twee mannen uit de middenklasse met veel waardigheid, maar een grote verborgen wonde. Het proces helpt hen te groeien, te genezen. Het had evengoed een fiets- of kampeertocht kunnen zijn. Wat zo interessant is aan een proces, is dat je duidelijk het conflict kan tonen. De twee partijen staan tegenover elkaar. Maar het echte conflict, dat zit aan de binnenkant van de personages.”

Denk je dat je film een debat gaat aanwakkeren in Libanon?

“Ongetwijfeld. Maar daarvoor heb ik hem niet gemaakt. Dat is nooit de bedoeling van een regisseur. Als je een film wilt maken, wil je een film maken, punt. Natuurlijk zitten er scènes in waarvan ik wist dat ze gevoelig zouden liggen. Maar als je alleen films maakt om te provoceren, maak je kutfilms.”

Je moeder is advocate. Hoe heeft zij jouw visie op vrouwen beïnvloed?

“Mijn moeder is altijd heel actief geweest in de strijd om vrouwenrechten. Ze is een echte bad ass, ik bewonder haar enorm. Ook al haat ik haar standpunten. We maken constant ruzie. Ze is erg pro-Palestijns, ik niet zo. Telkens we in het script over de wet praatten, manipuleerde ze het in het voordeel van de Palestijnen (lacht). Maar ja, ze heeft een grote invloed op me gehad en ze is een belangrijk figuur in mijn leven. Ze is heel direct, koppig en radicaal.”

In je films zijn vrouwen vaak wijzer dan mannen…

“Ik ben er echt van overtuigd dat als vrouwen de Arabische wereld zouden leiden er minder problemen zouden zijn. Maar dat is net het probleem: vrouwen hebben er geen macht. Zelfs in Europa is er geen gelijkheid. Maar het is hoog tijd om hen de teugels in handen te geven. In mijn film staan vrouwen voor intelligentie… en schoonheid.”

Was deze film maken een manier om van je schuldgevoel af te geraken?

“Ik voel me helemaal niet schuldig omdat ik die Palestijn heb beledigd. Dankzij hem heb ik een film gemaakt (lacht)! Mijn coscenarist en ik hebben maandenlang gediscussieerd over de uitkomst van het proces. We hebben verschillende eindes geschreven. Schuldig, onschuldig? Ik heb zelfs aan mijn moeder gevraagd of we ze allebei schuldig konden verklaren, en ze zei van wel… Maar uiteindelijk is het verdict niet het belangrijkste in deze film.”

Elli Mastorou