Belgen laten Dakar links liggen

Nooit eerder deden er minder Belgen mee aan de Dakar-rally
AFP / F. Fife

In de Peruaanse hoofdstad Lima gaat zaterdag de veertigste editie van de Dakar van start. Slechts elf Belgen wagen hun kans in de bekendste rally ter wereld, een historisch dieptepunt.

Sinds de Dakar exact negen jaar geleden uit veiligheidsoverwegingen van Afrika naar Zuid-Amerika verhuisde, neemt de populariteit bij de Belgische rijders gestaag af. Kwamen er in 2011 nog 31 landgenoten aan de start, dan zijn dat er nu slechts 11, aangevuld met één teammanager. In die functie wordt Jean-Marc Fortin de komende twee weken de meest relevante Belg.

Bij de wagens neemt er zelfs geen enkele landgenoot deel, wel twee corijders (Tom Colsoul en François Xavier Beguin). Bij de motoren is er ééntje: Jeroen Ramon, die twaalf jaar geleden al eens deelnam. De meeste Belgen starten bij de vrachtwagens, acht in totaal.

‘Monsieur Dakar’

Meestrijden om de prijzen is er voor hen wellicht niet bij, tenzij misschien voor Colsoul. Aan de zijde van de Pool Jakub Przygonski maakt hij kans op een ereplaats. De topfavoriet bij de wagens is ’Monsieur Dakar’ Stéphane Peterhansel (Peugeot), die in het verleden al dertien keer won.

De ervaren Fransman krijgt onder meer concurrentie van zijn landgenoot en ploegmaat Sébastien Loeb en de Qatarees Nasser Al-Attiyah (Toyota). Ook Carlos Sainz en Cyril Despres (allebei Peugeot) komen in aanmerking voor de eindzege.

Bij de motoren start de Britse titelverdediger Sam Sunderland (KTM) als de te kloppen man. Hetzelfde geldt voor de Rus Eduard Nikolaev (Kamaz) bij de vrachtwagens. De race eindigt op zaterdag 20 januari in het Argentijnse Cordoba. Onderweg moeten de deelnemers bijna 9.000 kilometer afleggen.