"Met ‘Wonderstruck’ spreek ik een nieuw publiek aan"

‘Wonderstruck’
Foto R.V.

Een film van Todd Haynes herken je meteen. Of het nu gaat over glamrock (‘Velvet Goldmine’), Bob Dylan (‘I’m not there’) of een retroromance (‘Carol’), de decors en kostuums zijn altijd tot in de puntjes verzorgd. Zijn nieuwste film vertelt het verhaal van twee kinderen in twee verschillende decennia die verbonden zijn door een geheim. ‘Wonderstruck’ is een magische reis door de tijd, perfect voor de eindejaarsfeesten.

Is dit een film voor kinderen, volwassenen of voor allebei?

Todd Haynes: “Met deze film wou ik iets unieks doen en een nieuw publiek aanspreken: kinderen. Hij is lichter en onschuldiger dan mijn vorige films. Dat vind ik leuk. Al zit er wel een zekere formele complexiteit in, een stilistische rijkdom. Ik denk dat kinderen dat evengoed als volwassenen kunnen waarderen.”

Millicent Simmonds, die Rose speelt, een van de twee kinderen in de film, is doof. Hoe was het om met haar te werken?



“We wisten van in het begin dat we een dove actrice wilden voor de rol. Er spelen trouwens nog meer dove acteurs mee. Millie had geen enkele ervaring, maar begreep instinctief hoe ze voor een camera moest spelen. Ik kan het moeilijk uitleggen, maar het was nooit te veel of te weinig.”

Hoe reageren kinderen op de film?

“Tijdens de montage hebben we werkversies getoond aan een testpubliek. Dat doe ik graag. De kinderen gaven ons bij elke etappe zo’n gestructureerde en precieze feedback dat het bijna onwezenlijk was (lacht). Soms anticipeerden ze zelfs op dingen die ik niet eens gevraagd had.”

Zoals?

“Een van onze lievelingsscènes is wanneer Rose het rariteitenkabinet binnenstapt. Ik liet die scène een tijdje duren, omdat ik wil dat je haar dat prachtige decor ziet ontdekken… Tijdens de testprojectie stelde ik de kinderen simpele vragen als ‘Wat vond jij het best?’. Op een van die vragen reageerden twee kinderen op dezelfde manier: ‘Waarom is dat rariteitenkabinet zo belangrijk voor Rose?’ Ik stond perplex. En ze hadden gelijk, want het is niet belangrijk voor Rose maar voor Ben! We hebben dus die hele scène veranderd. Echt cool. Kinderen hebben geen enkel vooroordeel, ze staan voor alles open. En deze film respecteert hen als kijker. Net als het boek (waarop de film gebaseerd is, red.) hen respecteert als lezer. Dat vond ik er net zo leuk aan.”

“Ik wou iets unieks doen”

De film is ook een hommage aan de stomme film. En aan de cinema in het algemeen…

“Absoluut. Dat ligt ook aan het bronmateriaal. Brian Selznick, de schrijver van het boek, is een groot cinefiel en dat merk je aan zijn werk. Een deel speelt zich af in de jaren 20, het andere in de jaren 70. Er zitten dus veel verwijzingen in naar de stomme film en de cinema uit de seventies. Als voorbereiding keek ik onder meer naar ‘The Crowd’ van King Vidor, een grote klassieker, ‘Last Laugh’ van F.W. Murnau en ‘The Wind’ van Victor Sjöström. Voor de jaren 70 gebruikte ik als knipoog de muziek van ‘Being There’ (film uit 1979 met Peter Sellers, red.). Het is een mix van een heleboel referenties.”

Een van de mooiste scènes is wanneer Ben aankomt in New York. Hij stapt het station uit en ontdekt de stad in volle hittegolf, met funk op de achtergrond. Die scène bulkt van de details, de figuranten zijn perfect… Hoe heb je dat klaargespeeld?

“Dat was een serieuze uitdaging! Ik riep mijn hele team bijeen. Op dit punt in mijn carrière is dat een echte familie geworden… Mark Friedberg, chef decorbouw, kent New York als z’n broekzak en ging op zoek naar de juiste setting. Daarna kwamen Sandy Powell (Oscarwinnend kostuumontwerpster, red.) en het hele make-upteam in het spel. We hebben alle figuranten zo authentiek mogelijk proberen maken. Ik heb hen zelfs gezegd geen ondergoed te dragen, omdat in die tijd niemand dat deed. Maar goed, het blijft een film voor kinderen en in sommige shots stonden meisjes met shortjes tot boven hun billen en gasten met iets té spannende broeken. (lacht) We hebben het dus wat kalmer aan moeten doen… Tot slot was er natuurlijk ook het werk van director of photography Edward Lachman. En het feit dat we op pellicule draaiden, geeft het beeld een bijzondere korrel. Sommige scènes lijken recht uit een beeldarchief te komen.”

Welke films vond jij leuk als kind?

“Toen ik drie was heb ik mijn eerste film gezien, ‘Mary Poppins’. Ik was echt onder de indruk en wou zelf ook films gaan maken. Ik speelde de scènes uit de film na, verkleedde mijn moeder als Mary Poppins… Ik was echt geobsedeerd. (lacht) ‘Romeo and Juliet’ van Zeffirelli en ‘The Miracle Worker’ (1962) hadden me ook volledig in hun greep. Die laatste is het verhaal van Helen Keller en gaat over doofheid, blindheid en taal, net als ‘Wonderstruck’. Kinderen zijn heel gevoelig voor een thema als handicap. Ze hebben veel empathie.”

Elli Mastorou

@cafesoluble

RECENSIEOVERZICHT
Wonderstruck