De zoektocht naar ongerepte natuur is soms bijna even teleurstellend als de zoektocht naar een nieuw lief: de mooiste plekken zijn óf onbereikbaar óf al lang ‘verpest’ door andere toeristen. Kazachstan is de uitzondering op die regel. Ik ging er tien dagen op verkenning, met deze roadtrip als resultaat.

1. Almaty als perfecte uitvalsbasis

De reis begint en eindigt in Almaty, de grootste stad van Kazachstan, die dankzij de centrale ligging de perfecte uitvalsbasis vormt voor een- of meerdaagse uitstappen. Maar maak je als westerling vooral niet te veel illusies bij het woord ‘stad’. Er is weliswaar een soort financieel district, een paar shoppingmalls en wat grotere wegen, maar het lijkt in de verste verte niet op een stad als Parijs, Londen of Antwerpen. IJverige toeristen met een goed oriëntatievermogen en/of een basiskennis Russisch zijn er op een dag wel rond. Bij gebrek aan beide heb ik er zelf een vijftal dagen rondgehangen, maar dat was niet honderd procent mijn eigen keuze.

Een van de dingen die je absoluut gezien moet hebben, is de Kok Tobe, een soort VRT-toren op een berg. Je geraakt er met de bus of via een kabelbaan, waarbij je getrakteerd wordt op een spectaculair uitzicht op de stad en een sprookjesachtige zonsondergang (foto rechts). Minstens even interessant en bevreemdend zijn het entertainmentpark en de zoo aan de voet van de toren. De dieren zijn er eerder meelijwekkend dan schattig en de achtbaan is er eentje die je zelf bedient. Een ervaring, en is dat niet waar we allemaal naar op zoek zijn in het leven?

Op een uurtje rijden van de stad bevindt zich ook The Big Almaty Lake, een bergmeer met een spectaculaire blauwgroene kleur. Hier trek je best naartoe op een weekdag, aangezien het in het weekend een populaire cityscape is voor de Kazachen zelf.