«Uber is een taxibedrijf»

Lidstaten kunnen eigen regels opleggen aan Uber

Het Europees Hof van Justitie heeft geoordeeld dat Uber beschouwd moet worden als een transportbedrijf en geen digitale bemiddelingsdienst. Dat is goed nieuws voor zowel de chauffeurs als de andere taxibedrijven. 

De beslissing van het Hof komt er na jarenlang juridisch geworstel met de klassieke taxidiensten en is een klap voor het Amerikaanse bedrijf. De Europese lidstaten kunnen Uber nu zelf aan banden leggen en het bedrijf verplichten te werken met een klassieke taxivergunning.

Tegenslag 



De beslissing is een tegenvaller voor de taxi-app, die volop broedt op uitbreidingsplannen in Europa. In mei al liet Uber weten dat het wellicht niet zal verdwijnen. En hoogstwaarschijnlijk verandert er niet veel aan de manier waarop de app werkt in de meeste Europese landen.

Arbeidscontract

Voor de Uber-chauffeurs en voor de andere taxichauffeurs verandert er wel iets. Zo moet het Amerikaanse bedrijf zich voortaan houden aan de regels van de lidstaten. Dat betekent dat het verplicht kan worden om arbeidscontracten aan te bieden aan de Europese chauffeurs. «Met deze uitspraak komt er een einde aan de fiscale ontwijking en arbeid per prestatie, zoals in het pre-industriële tijdperk», klinkt het tevreden bij transportbond ACV-Transcom. «Eindelijk komt er eerlijke concurrentie met de vervoerssectoren die wel de Europese regels respecteren», bevestigt algemeen sectorverantwoordelijke Jan Sannen.

“Nood aan een nieuw kader”

Minister van Telecom en Digitale Agenda Alexander De Croo (Open Vld) pleit dan weer voor een «nieuw en werkbaar kader» voor Uber in Europa. «Regulering is niet per se fout, maar we moeten op termijn evolueren naar slimme mobiliteitsoplossingen waarbij het onderscheid tussen een digitaal platform en een transportbedrijf geen zin meer heeft», aldus De Croo. Volgens de minister is het normaal dat nieuwe activiteiten zoals ride sharing botsen met de huidige wetgeving, «die nog uit een vorig tijdperk stamt».