MC Solaar: "Zonder deadlines kan ik niet werken"

Na tien jaar is de Franse rapper Claude Honoré M’Barali – MC Solaar voor de vrienden – terug van weggeweest met zijn nieuwe plaat ‘Géopoétique’. Wat heeft hij al die jaren uitgespookt? En hoe ziet hij de toekomst tegemoet? Metro ging op de koffie.

Tien jaar hebben we je moeten missen. Da’s wel heel lang.

“Voor mij lijkt het niet zo lang. Die tien jaar zijn voorbij gevlogen. Maar ja, het zijn wel twee ambtsperiodes, een derde president…”

De wereld is veranderd. De communicatiekanalen ook.



“De 2.0 zit op zijn hoogtepunt. Wat tussen 1998 en nu het meest is veranderd, is dat mensen hun eigen media geworden zijn. Iedereen maakt en monteert zijn foto’s en video’s.”

Waar ben je de afgelopen jaren mee bezig geweest?

“Wandelen, mijn kinderen grootbrengen… Een normaal leven, quoi.”

Heb je de muziek niet gemist?

“Zo’n vijf jaar geleden begon het weer te kriebelen. Het heeft even geduurd voor ik weer op gang kwam. Ik zat in een routine, maar dat vond ik best oké. Ik had bewust gekozen voor een break, maar dat kan natuurlijk niet eeuwig duren. Echt gemist heb ik de muziek niet, nee. Als ik ergens uitstap, dan blijf ik ook buiten. Maar het heeft lang genoeg geduurd.”

Waarom?

“Als ik een goeie raad mag geven: probeer plaats te maken voor allebei. Het kan. Maar daarvoor moest ik eerst mijn vingers verbranden (lacht). Anders zou ik nu nog altijd zeggen: neem de tijd om te leven.”

“Roméo Elvis is duidelijk goed opgevoed”

In je nummer ‘Eksassaute’ hemel je dat nochtans op: je job opgeven om te profiteren van het leven en van je gezin.

“Ik zeg: het is oké, ik heb het geprobeerd. Je kan beide doen als je het goed doet. Ik heb een kerel ontmoet die om de drie maanden naar ergens anders vertrok. Voor zijn creativiteit. Om zijn tank weer te vullen en productief te zijn. Dat had ik tot nu toe niet begrepen.”

Dus geen breaks meer?

“In een leven maak je niet zo veel muziek. Hoogstens tien platen, meestal drie. Ik kan dus maar beter gas geven, want ik ben al tien jaar kwijt (lacht). Nee, geen breaks meer voor mij.”

Ga je die vrije tijd niet missen?

“Tijd heb je genoeg als zanger. Maar dat besefte ik niet. Je staat op wanneer je wilt, doet waar je zin in hebt. Meestal moet je niet te veel uren per dag beschikbaar zijn. Ik heb me te veel laten gaan in concepten à la ‘De wereld anders dromen’ en ‘vrijwillige eenvoud’. Concepten die dateren uit 1970.”

Die nood om terug te keren naar de essentie, dingen te doen die zin hebben, lijkt heel belangrijk in onze huidige samenleving.

“Ja, en ik wou het zelf ervaren. Alles wat ik gelezen heb, wou ik testen. Maar je moet op je hoede zijn en actief blijven. Dus niet zo’n lange break nemen.”

Hoe moeilijk valt het om terug aan de slag te gaan, promotie te voeren, te produceren en weer een ritme te vinden?

“Ik heb nooit een tijdschema gehad en heb nooit consequent albums gemaakt. Ik plan niets op voorhand, genre ‘elke donderdag werk ik’. Wat me motiveert, is een deadline. Dan weet ik dat iemand daarna moet vertrekken of binnen een paar maanden aan een ander project begint. Als ik alleen ben, doe ik niks. Als er anderen bij betrokken zijn, ben ik op m’n best.”

Je werk is dus eerder een kwestie van urgentie?

“Ik kan soldaat zijn als er een missie is. Urgentie is geweldig. Dan moet je wel. Maar deze keer installeer ik een agenda op mijn telefoon, zoals elke normale mens!”

Een normale mens die op tour gaat en voor duizenden mensen optreedt.

“Als je buitengewone dingen beleeft, wil je andere dingen zien. Ik heb altijd al cinema of talen willen studeren…”

Je bent eigenlijk nooit tevreden…

“Inderdaad. Sinds mijn 20ste. Vandaag ben ik wel voldaan. Ik weet nu dat zingen geweldig is. Maar het heeft lang geduurd voor ik dat besefte.”

Toeren vreet energie. Ben je klaar om er weer aan te beginnen?

“Eigenlijk is het moeilijkste de tour zelf. Niet het feit van op een podium te staan of te reizen, maar van constant dezelfde dingen te zien. Je moet jezelf bezighouden en activiteiten voorzien die je verrijken. Je treedt op en de 19 andere uren moeten gevarieerd zijn. Dat weet ik nu.”

Hoe reageert je familie op je comeback?

“Daar praat ik niet over. Ik houd muziek en privéleven gescheiden. Ik wil hen niet in verlegenheid brengen of het gevoel geven dat ze voor iets verantwoordelijk zijn.”

Op je nieuwe plaat komen veel maatschappelijke zaken aan bod, behalve migratie, wat bij een heleboel andere artiesten nochtans wel een hot topic is.

“We moeten hen echt beschermen. Ze ontvluchten oorlogen die de verdragen van Genève aan hun laars lappen. Maar het is niet mijn onderwerp. Alles hangt af van wie de boodschap brengt. Een vrouw die opkomt voor vrouwen heeft niet dezelfde impact als een man. Laat een IJslander het doen, bijvoorbeeld, om meer impact te hebben. Maar niet een Eritreeër. Wat niet wil zeggen dat ik het nooit zal doen.”

Naar verluidt ken je een paar Belgische artiesten, zoals Roméo Elvis.

“Op een dag heeft hij me gebeld en ben ik naar zijn groep gaan kijken. Een paar jaar later hoorde ik hem op de radio… Zijn muziek is modern, zonder excessief te zijn. Met hem moet je tussen de lijntjes lezen, hij roept niet op tot gratuit geweld en zwaait niet met geweren in het rond. Hij is duidelijk goed opgevoed. Ik hou van zijn mood. De muziek van Roméo Elvis is bijvoorbeeld niet te vergelijken met mijn nummer ‘L’attrape-nigaud’. Hij is compleet vrij.”

Hou je van de Belgische scene?

“Ik ken er niet zo veel van. Maar wat ik ken, vind ik goed. Ze hebben een andere kijk, zonder excessen of imitaties.”

Destijds bracht jij ook een ander soort rap.

“Daarom voel ik me er zo mee verwant, denk ik. Ze hebben een oprechte blik en doorbreken de codes om iets anders te doen. Ik zit op dezelfde golflengte.”

Maïté Hamouchi

‘Géopoétique’ is uit bij Pias.