Arbeidsmarkt nergens zo discriminerend als in België

Arbeidsmarkt
AFP / R. Beck

Nergens in Europa is de achterstand van mensen van vreemde origine op de arbeidsmarkt zo groot als in België. Dat blijkt uit de jongste socio-economische monitor van de FOD Werkgelegenheid en het gelijkekansencentrum Unia.

Het tweejaarlijkse rapport is verontrustend. Terwijl de werkgelegenheidsgraad voor mensen van Belgische origine in 2014 op 73% lag, is in veel gevallen minder dan de helft van mensen met een migratieachtergrond aan de slag.

Langdurig werkloos



Bij mensen uit sub-Sahara-Afrika werkt slechts 42,5% en bij mensen uit de Maghreb 44,3%. Jongeren uit deze regio’s moeten veel langer zoeken naar een eerste baan en lopen daardoor ook meer kans om langdurig werkloos te worden.

Volgens de auteurs van het rapport zijn er verschillende verklaringen voor de ongelijkheid. Discriminatie is natuurlijk de belangrijkste, maar er zijn ook hoge drempels bij intrede op de arbeidsmarkt en een beperkte arbeidsmobiliteit, ongelijke onderwijskansen en de moeilijkheid om de vicieuze cirkel waarbij niemand werkt te doorbreken.

Mystery calls

Unia wil meer middelen om de antidiscriminatiewetgeving te kunnen afdwingen, zoals praktijktests. Minister van Werk Kris Peeters hoopt dat die in februari of maart volgend jaar definitief van start kunnen gaan. “Het voorstel van mystery calls door de sociale inspectie na een melding is goedgekeurd in eerste lezing in de commissie. Ik hoop de wet dit jaar goedgekeurd te krijgen en enkele maanden later te kunnen starten”, zegt de CD&V-minister.

Ook datamining – het gericht zoeken naar verbanden op basis van data – kan volgens Peeters een mogelijkheid zijn om zogenaamde “probleemsectoren” te identificeren. “De situatie is zo ernstig dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen: de overheid maar ook de civiele maatschappij, werkgevers én de mensen van vreemde origine zelf”, klinkt het.