Nieuw akkoord over aangepaste Fortis-schikking

Fortis
Belga / K. Van Accom

In de zaak over de Fortis-schikking hebben verzekeraar Ageas en de betrokken belangenorganisaties en vertegenwoordigers van aandeelhouders een akkoord bereikt. Het hof van Beroep in Amsterdam zal zich over het voorstel buigen.

Ageas, de rechtsopvolger van de Fortis Holding, die eind 2008 over de kop ging, werkte vorig jaar al aan een overeenkomst. Het concern zou 1,2 miljard euro uitbetalen omdat het zijn aandeelhouders had misleid in de aanloop naar de val van de groep. Maar een Amsterdamse rechter wees die eerste schikking af. In oktober raakte al bekend dat Ageas nu bijkomend 100 miljoen vrijmaakt. En nu is er dus een nieuw akkoord uit de bus gekomen.

Actieven en niet-actieven



De Amsterdamse rechter hekelde vorig jaar dat Ageas een onderscheid maakte tussen de aandeelhouders die zich voor 31 december 2014 hadden aangesloten bij een belangenorganisatie (de actieven) en degenen die dat niet hadden gedaan (niet-actieven).

De eerste categorie ontving in het eerste voorstel meer dan de tweede. «Onder de aangepaste schikkingsovereenkomst, zullen zogenoemde actieve en niet-actieve claimanten recht hebben op dezelfde basisbedragen ter vergoeding van hun schade», meldt Ageas, die stelt dat er de afgelopen maanden hard is gewerkt.

Bijkomende kostenvergoeding

Het verschil zit in een bijkomende kostenvergoeding voor wie zich bij een procedure aangesloten heeft, zo blijkt. “Daarom wordt de vergoeding voor schade en de bijkomende vergoedingscomponent voor alle aandeelhouders die in aanmerking komen, gelijkgesteld, terwijl actieve claimanten recht zullen hebben op een bijkomende kostenvergoeding.” Het schikkingsvoorstel geldt voor iedereen die Fortis-aandeelhouder was van 28 februari 2007 tot 14 oktober 2008.

Het voorstel ligt nu bij het gerechtshof in Amsterdam met de vraag om het bindend te verklaren. Het verdict zal nog even op zich laten wachten, maar Ageas heeft er goede hoop op. “We zijn er van overtuigd dat deze overeenkomst rekening houdt met de voornaamste bekommernissen van het hof”, stelt CEO Bart De Smet.