Kamer keurt eenheid van loopbaan in pensioenen goed

De plenaire Kamer heeft donderdag de hervorming van de eenheid van loopbaan in de pensioenen goedgekeurd. Daardoor wordt het mogelijk dat iemand na een loopbaan van 45 jaar nog pensioenrechten opbouwt. De oppositie klaagt aan dat iemand die op zeer jonge leeftijd is beginnen werken en op het einde van de loopbaan zonder werk valt, erop achteruit gaat. PS, sp.a, Ecolo-Groen, DéFI en PVDA stemden tegen, terwijl cdH, Vlaams Belang en Vuye & Wouters zich onthielden. De som van alle voltijdse dagequivalenten – zowel diegene die effectief werden gepresteerd als de gelijkgestelde – mag vandaag voor een rustpensioen niet hoger liggen dan de 14.040 dagen die een volledige loopbaan vormen. Dat komt neer op 312 dagen maal 45. Gevolg is dat voor de pensioenberekening geen rekening mag worden gehouden met meer dan 14.040 dagen, zelfs indien een werknemer meer dagen heeft gewerkt.
Voor wie vanaf 1 januari 2019 met pensioen gaat, zullen alle gewerkte jaren meetellen voor de pensioenberekening. Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) haalde het voorbeeld aan van iemand die op zijn 18 jaar is beginnen werken en na zijn 63 jaar aan de slag blijft. Die zou daardoor 50 tot 60 euro extra pensioen per maand kunnen krijgen.
De minister bevestigde wel dat het nieuwe systeem minder kan opleveren voor iemand die na een loopbaan van 45 jaar ervoor kiest in het systeem van werkloosheid te blijven in plaats van met pensioen te gaan. Zij zullen niet langer zowel een werkloosheidsuitkering kunnen krijgen en tegelijkertijd pensioenrechten opbouwen.
De oppositie is het eens met het principe dat langer werken moet lonen in het pensioen. Ze klaagt echter aan dat het systeem “onrechtvaardigheden bevat omdat het nadelig is voor wie op jonge leeftijd is beginnen werken en op het einde van zijn carrière met een herstructurering wordt geconfronteerd. In het huidige systeem werd voor de pensioenberekening immers gekeken naar de 45 beste jaren, terwijl dat in de toekomst de eerste 45 jaren zullen zijn.
Karin Temmerman (sp.a) klaagde aan dat iemand die op jonge leeftijd aan de slag is gegaan, met een lager pensioen kan achterblijven dan iemand die later begint. Het verlies zou kunnen oplopen tot meer dan 100 euro per maand. Het leverde een pittige discussie op met Vincent Van Quickenborne (Open Vld), die bij momenten veel weg had van een dovemansgesprek. “De essentie is de vraag of een 46ste en 47ste jaar werkloosheid te valoriseren zijn voor een pensioen. Het antwoord van deze meerderheid is neen”, aldus Van Quickenborne.
Raoul Hedebouw (PVDA) kondigde aan dat zijn partij naar het Grondwettelijk Hof stapt tegen het wetsontwerp. “De mensen die akkoord waren met brugpensioen, wisten niet dat dit zou gebeuren. Dit is contractbreuk”, aldus Hedebouw.

bron: Belga