Openbare defibrillators hebben te weinig impact

Openbare defibrillators hebben te weinig impact
Belga / J. Hamers

De verspreiding van externe automatische defibrillatoren (AED), heeft in ons land maar een beperkte impact op het sterftecijfer door hartstilstanden. De andere factoren die de overlevingskans verhogen moeten simultaan aangepakt worden, stelt het Kenniscentrum Gezondheid (KCE).

Ons land heeft, in tegenstelling tot Nederland of de Scandinavische landen, slechts een beperkt beleid rond de AED. Iedereen die dat wenst kan zo’n toestel in zijn gebouw plaatsen. Momenteel bevinden er zich zo tussen de 8.000 en 10.000 in ons land, waarvan 70% privé-eigendom is.

Slechts 8% geholpen



Uit een simulatie van het KCE blijkt dat de AED’s in de huidige situatie mogelijk 6 tot 28 levens per jaar zullen redden, terwijl in België jaarlijks ongeveer 9.000 mensen te maken krijgen met een plotse hartstilstand. In 17 tot 30% van de gevallen gebeurt dat op een openbare plaats.

Het KCE berekende dat slechts 8% van de slachtoffers kan geholpen worden door een defibrillatie door omstaanders. Dat komt onder meer omdat niet alle hartstilstanden opgelost kunnen worden met een elektrische schok en omdat niet alle gevallen nog te verhelpen zijn op het moment dat de AED klaar is om te worden gebruikt. Ook is het publiek nog zeer terughoudend om schokken toe te dienen.

Verplichte opleidingen aan jongeren

Het grootste probleem is echter dat ze moeilijk te vinden zijn. Alle AED’s moeten in theorie geregistreerd worden bij de FOD Volksgezondheid, maar de procedure is complex en ontmoedigt veel eigenaars. Ondertussen werden er wel al apps ontwikkeld om de AED’s te kunnen vinden, maar die zijn onvolledig en verschillen onderling, luidt het.

«Jammer genoeg zal de impact van AED’s op de algemene sterfte door hartstilstand in ons land beperkt blijven», besluit het KCE, dat aanraadt eerst de andere schakels in de gezondheidsketen te optimaliseren. Zo kan men de kennis van het grote publiek verbeteren met informatiecampagnes en opleidingen vanaf het middelbare onderwijs of in bedrijven. Ook kan men bijvoorbeeld mobiele apparaten voorzien voor professionals of vrijwilligers opleiden die ingeschakeld kunnen worden door de hulpdiensten.