Singapore laat geen nieuwe auto’s meer toe

De Aziatische stadsstaat Singapore wil geen nieuwe auto’s meer op zijn wegen. In plaats daarvan zet de regering in op beter openbaar vervoer.

De ministaat had al langer een beperking op het aantal nieuwe wagens. Het wagenpark mocht met 0,25% per jaar toenemen. Vanaf februari 2018 wordt dat 0%. Dat betekent dat er nog exact evenveel nieuwe auto’s mogen bijkomen als er auto’s worden uitgeschreven.



Openbaar vervoer

Het vrachtvervoer en het openbaar vervoer op de weg mogen wel blijven toenemen. Meer nog, de regering van Lee Hsien Loong wil de komende vijf jaar zo’n 17 miljard euro investeren in openbaar vervoer. Vooral de metro wordt vaak bekritiseerd. Die heeft regelmatig af te rekenen met pannes.

Dure auto’s

Singapore heeft een beperkte oppervlakte, luidt de uitleg. Nu al is 12% van de landoppervlakte bedekt met wegen. Tot nu toe is het land er, in tegenstelling tot veel andere Aziatische steden, in geslaagd om monsterfiles te vermijden. Nochtans leven er 5,6 miljoen mensen samen in een relatief klein gebied.

Wie in Singapore met de auto wil rijden, moet eerst een toelatingsbewijs kopen. Daarvan zijn er een beperkt aantal beschikbaar. Eén toelatingsbewijs kost zo’n 26.000 euro. Ook auto’s zijn er een erg prijzige aankoop. Voor een Toyota Corolla, een gewone gezinswagen, betaal je tot 70.000 euro.

Singapore wordt beschouwd als een uniek land omdat het een eenpartijstaat is die autoritair geleid wordt en indrukwekkende economische cijfers kan voorleggen. Sommige westerse waarnemers, zoals The Economist-journalisten Adrian Wooldridge John Micklethwait, zien er het bewijs in dat democratie niet de enige weg naar welvaart is.