Wat is pijn?

Op de Internationale Dag van de Pijn (dinsdag 17 oktober) moeten we stilstaan bij de mensen die dagelijks pijn ervaren. Iedereen is zijn pijn liever kwijt dan rijk. Maar vanwaar komt pijn? Ervaart iedereen pijn op dezelfde manier? Je hoeft je hersens daarover niet te pijnigen, want het antwoord op deze vragen vind je hier.

Hoe komt het dat we pijn hebben?

Pijn is in de eerste plaats een signaal van ons lichaam dat er iets mis is. Het lichaam wil ons dus eigenlijk beschermen tegen gevaar.



Hoe wordt die pijn dan doorgegeven? Pijn voel je door het zenuwstelsel. Het perifere zenuwstelsel stuurt signalen van de verschillende lichaamsdelen die beschadigd zijn door naar het ruggenmerg, dat de pijnsignalen op zijn beurt doorgeeft aan de hersenen. Het ruggenmerg en de hersenen worden het centrale zenuwstelsel genoemd, dat instaat voor het eigenlijke pijngevoel.

Ervaart iedereen pijn op dezelfde manier?

Iedereen voelt pijn. Maar niet iedereen ervaart die in dezelfde mate. We komen even terug op het voorbeeld van de kachel. De ene zal bij die plotse warmte tegen de huid het uitschreeuwen van de pijn, de andere zal zijn hand zonder boe of ba terugtrekken. Beiden zullen wel degelijk hun hand terugtrekken, dus het verdedigingsmechanisme werkt bij iedereen. Toch hangt het van persoon tot persoon af hoeveel pijn effectief wordt doorgegeven.

De factoren die bepalen hoe jij pijn ervaart worden opgesomd in het biopsychosociale model van pijn. Deze factoren zijn gegroepeerd in de lichamelijke, de psychische en de sociale factoren.

Lichamelijke factoren spreken voor zich. Zij hangen af van de oorzaak van de pijn, dus bijvoorbeeld hoe ziek je bent, en van je lichaamsbouw. Je pijndrempel is trouwens erfelijk bepaald.

Psychische factoren hebben te maken met je persoonlijkheid. Depressies en angststoornissen kunnen pijn erger maken. Of je het gewend bent om pijn te voelen, heeft ook een invloed. Alles went, dus ook pijn. Veel hangt ook af van welke gevolgen de pijn met zich meebrengt. Als je levenskwaliteit verslechtert en je beperkt bent in je bewegingsvrijheid, dan ervaar je de pijn meestal als lastiger. Een gebroken been zorgt voor extra pijn en verdriet als je niet mee kan gaan skiën.

Ten slotte spelen sociale factoren een rol. Hoe je omgeving reageert op jouw pijn is erg belangrijk. Vinden jouw vrienden en familie je een aansteller, dan is het moeilijk om je hart te luchten en moet je je pijn alleen dragen. Je zal dan ook meer zeer hebben. De reacties op iemand die pijn heeft zijn trouwens cultuur- en landgebonden.

Hoe behandel je pijn?

Je kan pijn waarnemen op twee niveaus: het perifere niveau, daar waar de wonde of de oorzaak van de pijn zich bevindt, en het centrale niveau, waar het zenuwstelsel in de hersenen en het ruggenmerg de pijn verwerkt. Er bestaan pijnstillers met een perifere werking en pijnstillers met een centrale werking.

Perifere pijnstillers onderdrukken de pijnprikkel vooraleer die naar de hersenen wordt gestuurd, bijvoorbeeld paracetamol. De centrale pijnstillers sluiten de hersenen af voor de binnenkomende pijnprikkel zodat er geen pijn wordt gevoeld. Ze verdoven als het ware je hersenen zodat die de pijn niet kunnen verwerken. Een voorbeeld hiervan is morfine.

Hoe je pijn behandelt, hangt ook af van de duur van de pijn. Zo heb je acute en chronische pijn. Acute pijn voel je meteen bij ziekte of na een ongeval. Men spreekt pas van chronische pijn als de pijn langer aanhoudt dan drie maanden. Mensen met chronische pijn kunnen terecht in een pijnkliniek. De gespecialiseerde afdeling in een ziekenhuis helpt bij het stellen van de diagnose en start met een behandeling, bijvoorbeeld aangepaste pijnstillers, inspuitingen of eventueel ontzenuwingen.

Janne Vandevelde

Dafalgan