«Haaien zijn mijn grootste angst»

Jordy Smith is op papier de beste surfer ter wereld
Foto O'Neill

Een Zuid-Afrikaan in de gele trui? Wielrenner Daryl Impey mocht er ooit heel even van proeven in de Ronde van Frankrijk, maar in de World Surf League (WSL) kijkt niemand ervan op. Jordy Smith troeft dezer dagen de concurrentie af en is goed op weg om zijn eerste wereldtitel te veroveren.

Op de ranking van de WSL prijkt de 29-jarige Zuid-Afrikaan op de eerste plaats. Met nog vier wedstrijden te gaan komt zijn grote droom steeds dichterbij. “Het lijkt er sterk op dat al mijn harde werk eindelijk zijn vruchten afwerpt”, zegt Smith. “Iedereen in de top zes komt nog in aanmerking voor de wereldtitel, maar ik sta er goed voor.”



In een sport die gedomineerd wordt door Amerikanen, Brazilianen en Australiërs is dat best opmerkelijk, toch? Zuid-Afrikanen blinken doorgaans eerder uit op het rugbyveld dan in de oceaan.

Jordy Smith: “Surfen is inderdaad niet zo populair in mijn thuisland, maar ik doe mijn stinkende best om daar verandering in te brengen. Al kan ik voorlopig nog altijd op straat lopen zonder aangeklampt of herkend te worden.”

Dat was misschien anders geweest als je bij je andere jeugdliefde gebleven was: voetbal. Waarom heb je destijds voor surfen gekozen?

“Als kind deed ik allebei, maar rond mijn dertiende moest ik een keuze maken. Zowel de voetbalmatchen als de surfwedstrijden waren in het weekend, dus kon ik niet beide doen. Hoewel ik dol ben op voetbal, hield ik nog meer van surfen. Ik vond het geweldig om naar het strand te gaan en in de oceaan te zijn. Daar komt bij dat ik ook redelijk goed ben. Dan was de keuze snel gemaakt.”

Je staat bekend als een grote fan van Benfica. Hoe kom je daarbij?

“Ik kom al jaren in Portugal en zo is dat gegroeid. Als professionele surfer heb ik niet veel vrije tijd, maar elke keer als ik er ben moét ik in het stadion een wedstrijd meepikken.”

Wat heb je nodig om het te maken als topsurfer?

“Eerst en vooral moet je aanleg hebben en er plezier aan beleven. Daarnaast is vooral hard werken van belang, zoals in elke sport. Met gewoon een beetje op het strand hangen ga je het niet redden. Als ik niet aan het surfen ben, probeer ik zoveel mogelijk aan mijn conditie en kracht te werken. Daar pluk je de vruchten van. Het niveau wordt ook elk jaar crazier en crazier. Je bent dus verplicht om voortdurend je grenzen te verleggen.”

Wat zijn jouw sterke punten?

“Mijn power. Ik ben groter en weeg meer dan de meeste van mijn concurrenten. Al is dat eigenlijk zowel een voor- als een nadeel. Als de golven erg klein zijn, speelt het mij soms parten. Maar het is alleszins mijn doel om de krachtigste surfer ter wereld te zijn. Daarom hecht ik ook zoveel belang aan mijn techniek. Als die goed zit, heb je vanzelf meer power.”

Is er een groot verschil tussen surfen in Europa en in Zuid-Afrika?

“Toch wel. De golven zijn helemaal anders, het is een andere oceaan, dat geeft een ander gevoel. Het water is ook kouder, al is dat niet echt een probleem meer. De wetsuits zijn tegenwoordig zo goed dat je er niets van voelt.”

Kom je nooit in de problemen op je plank?

“Het grootste gevaar zijn natuurijk de haaien. Ik heb er doorheen de jaren al een paar gekruist, maar gelukkig is dat tot nu toe altijd goed afgelopen. Ik heb wel een heleboel vrienden die al zijn aangevallen. Het is best wel beangstigend, al probeer ik er niet te veel aan te denken omdat ik er toch niets aan kan doen. Je kan moeilijk alle haaien uit de oceaan halen. Maar eigenlijk is het best ok als je ze ziet aankomen. Het wordt pas echt gevaarlijk als je ze niet ziet en ze uit het niets opduiken.”

In 2014 ben je getrouwd met Lyndall Jarvis, een bekend Zuid-Afrikaans model. Draagt die stabiele privésituatie bij tot je sterke resultaten van de laatste jaren?

“Absoluut. Ze steunt me in alles wat ik doe, dat is echt geweldig. Volgens mij heb je zo iemand nodig om je dromen te kunnen najagen. Ik prijs me erg gelukkig dat ik haar heb.”

Weet je al wat je gaat doen na je carrière?

“Daar heb ik nog niet echt over nagedacht. Ik wil nog minstens een tiental jaar blijven surfen. De meesten gaan op pensioen rond hun 35ste. Ik ben er 29, dus ik heb nog een paar goeie jaren voor de boeg.”

Tot slot: kan je voor onze surfende lezers nog even de beste surfspot ter wereld verklappen.

“Dat moet ongetwijfeld Jeffreys Bay (in Zuid-Afrika, red.) zijn.”