Duitsland herdenkt slachtoffers van Eerste Wereldoorlog

Duitsland heeft vandaag de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, en meer specifiek van de Derde Slag om Ieper, herdacht. Dat gebeurde op Menen Wald, op de grens van Menen en Wevelgem. Naast een Duitse delegatie namen Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams Parlement, en federaal minister van Defensie Steven Vandeput deel aan de herdenking, samen met zo’n 600 genodigden en geïnteresseerden. In de hele herdenking van de Eerste Wereldoorlog wordt vaak vergeten dat de verliezen aan Duitse zijde bijna even hoog waren dan aan de kant van de geallieerden. Een paar honderdduizend Duitsers liggen begraven op Vlaamse bodem, waarvan 48.049 op het Deutscher Soldatenfriedhof Menen Wald. Dat is het grootste Duitse oorlogskerkhof van de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen.

De meeste slachtoffers die rusten op Menen Wald stierven tijdens de Derde Slag om Ieper, een operatie die honderd dagen duurde en eindigde op 10 november 1917 met de verovering van Passendale door de geallieerden. Het was een van de bloedigste veldslagen ooit, en dat voor een terreinwinst van amper acht kilometer. Ongeveer 6.000 Duitsers lieten het leven in Menen. In de jaren vijftig werden de lichamen van 128 kerkhoven samengebracht in Menen Wald. Na de Britse, Schotse en Nieuw-Zeelandse plechtigheden herdacht nu Duitsland zijn oorlogsslachtoffers.



“De jonge soldaten langs beide kanten waren meer slachtoffers dan daders. Ze waren de slachtoffers van een zielloze en inhumane militaire logica. En dit is het waaraan we precies nu moeten herinneren, in deze tijden waar we de Slag bij Passendale herdenken. Deze Derde Slag om Ieper die één van de meest verschrikkelijke, één van de meest verlieslijdende en tegelijkertijd één van de meest zinloze slagen van de twintigste eeuw was”, aldus de Duitse ambassadeur Rüdiger Lüdeking. Lüdeking moest in laatste instantie wel afzeggen en liet zich vervangen.

In de toespraak stelde hij zich, net zoals bij eerdere herdenkingen, heel nederig en emotioneel op. “De Duitse herinneringscultuur is in veel opzichten anders dan die van onze Europese partners. Ze is gekenmerkt door het bewustzijn van het leed dat Duitsland in de twintigste eeuw met twee wereldoorlogen in Europa veroorzaakt heeft. Het land is gekenmerkt door het verantwoordelijkheidsbesef dat daaruit ontstaan is. Maar we hebben tegenover deze slachtoffers ook een plicht. Ik bedoel hiermee de plicht om al het mogelijke te doen, om de vrede te bewaren. Geweld, agressief-militair optreden, ongecontroleerde nationalistische pathos die het gedachtegoed verziekt, mag ons niet onverschillig zijn.” De Duitse delegatie dankte België en Vlaanderen voor de uitgestoken hand om deze herdenking te kunnen organiseren.

Een vijftiental landen uit alle hoeken van de wereld was afgevaardigd en legde kransen neer, net zoals enkele familieleden van Duitse slachtoffers. Ook Nieuw-Zeeland had een stevige inbreng met een muzikaal moment, waarmee ze hun verzoening wilden benadrukken. “Los van overwinning of verlies, dit treft vooral ouders en kinderen, aan beide zijden”, vatte burgemeester van Menen, Martine Fournier, samen.

De plechtigheid duurde ruim een uur en werd afgesloten met de Europese hymne, het Belgische en Duitse volkslied.

bron: Belga