Grondwettelijk Hof buigt zich over afschaffing diplomabonificatie

Het Grondwettelijk Hof spreekt zich donderdag uit over de geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie. Daardoor kunnen studiejaren niet meer meetellen als dienstjaren voor het ambtenarenpensioen, zoals dat voor sommige ambtenaren het geval. Onder meer de vakbonden trokken tegen die beslissing naar het Grondwettelijk Hof, omdat die neerkwam op een “kaakslag voor het hoger geschoold overheidspersoneel”. De geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie maakte deel uit van het regeerakkoord van de regering-Michel. Het wetsontwerp van minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine kreeg in de loop van 2015 groen licht in de Kamer. Bedoeling was dat de afbouw van het principe op 31 december 2029 volledig achter de rug zou zijn.
De regering wilde met de ingreep de verschillende pensioenstelsels verder harmoniseren. Tijdens de discussie in de Kamer stelde fractieleider Peter De Roover (N-VA) dat de ingreep na 2029 structureel 240 miljoen euro zou moeten opleveren. De vakbonden uit de publieke sector waren meteen gekant tegen de beslissing en dat bleef ook zo, ondanks een reeks correcties die minister Bacquelaine doorvoerde. Ze stapten daarop naar het Grondwettelijk Hof.
De bonificatie komt erop neer dat studieperiodes onder bepaalde voorwaarden kunnen meetellen voor zowel de vaststelling van het aantal jaren dat nodig is om met vervroegd pensioen te kunnen gaan, als voor de berekening van het pensioen. Als gevolg daarvan kon een meerderheid van de hoger geschoolde ambtenaren al vanaf 60 jaar met vervroegd pensioen. Door de afschaffing zullen ze langer aan de slag moeten blijven.

bron: Belga