Alimentatiedossiers bij DAVO in de lift

Alimentatiedossiers bij DAVO in de lift

Steeds meer gezinnen of volwassen kinderen krijgen via de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO) een voorschot op het onderhoudsgeld. Dat meldt Kamerlid Sonja Becq (CD&V), die daarover cijfers opvroeg bij de bevoegde ministers. Ze pleit ervoor de DAVO meer mogelijkheden te geven om achterstallen in te vorderen, want er blijft zich een probleem stellen met de betalingen. Zo kunnen ongekende vermogensmiddelen van schuldenaars beter in kaart worden gebracht. De DAVO heeft twee centrale doelstellingen. In eerste instantie betaalt zij in het kader van armoedebestrijding voorschotten op het onderhoudsgeld uit aan personen die daar recht op hebben. Daarnaast helpt de DAVO ook bij de uitvoering van gerechtelijke vonnissen door zelf de achterstallige onderhoudsgelden in te vorderen.

Het aantal dossiers bij de DAVO is de voorbije jaar bijna verdubbeld. In 2010 was nog sprake van 24.798 dossier terwijl dat er vorig jaar 49.787 waren. Volgens Becq is die stijging niet onlogisch. Ze wijst daarbij op de verhoging van het maximumbedrag van de netto-bestaansmiddelen waar haar partij in 2014 de schouders onder zette.



De toename van het aantal dossiers impliceert echter ook dat de in te vorderen bedragen blijven oplopen. “In 2016 gaat het al om 368 miljoen euro, terwijl dat in 2010 nog maar 194 miljoen was”, weet Becq. Positief is dan weer dat DAVO er beter in slaagt een groter aandeel van deze onderhoudsgelden te innen. Terwijl DAVO gedurende een aantal jaar maar tussen 20 en 25 procent kon innen, liep dat in 2016 op tot 34 procent.

Al waarschuwt de CD&V-politica voor overdreven euforie. “DAVO betaalt enkel voorschotten voor het heden en niet op achterstallen. Achterstallige schulden van verlopen maanden kunnen met de hulp van DAVO worden ingevorderd. Pas nadat de onderhoudsplichtige zijn achterstallen in orde brengt, kunnen deze doorgestort worden naar de persoon die er recht op heeft”, legt het Kamerlid uit.

Veel hangt volgens haar af van de financiële toestand en de “goodwill” van de betrokken persoon. “Het spreekt voor zich dat je een kei niet kan stropen. Maar we mogen ons ook niet zomaar neerleggen bij het feit dat twee derde van alle door DAVO terug te vorderen onderhoudsgelden niet terecht komen bij die kinderen van (eenouder)gezinnen die dit echt nodig hebben.”

bron: Belga