Losers geloven sneller in complottheorieën

Losers geloven sneller in complottheorieën
AFP / E. Dunand

Mensen die zich in een verliezend kamp bevinden, zullen onbewust sneller geloof hechten aan complottheorieën. Bovendien bepaalt ons onderbewustzijn al op voorhand of we in de wilde verhalen zullen geloven of niet.

Dat veel Republikeinen geloven dat president Barack Obama niet in Amerika geboren is, is niet hun schuld. Joseph E. Uscinski en Joseph Parent, twee onderzoekers van de universiteit van Miami, ontdekten dat het verhaal vooral populair werd omdat de Democraten toen aan de macht waren.



Het duo sprak met 1.230 Amerikanen voor en na de presidentsverkiezingen van 2012, meldt Psypost. Ze vroegen hen of verkiezingsfraude een impact zou hebben op de uitslag. Voor de verkiezingen claimde 62% dat het verlies van hun kandidaat het gevolg zou zijn van gesjoemel. Achteraf daalde dat aantal tot 39%.

Mensen die geen controle en verloren hebben

Omdat Obama gewonnen had, waren de Democratische deelnemers minder geneigd om te geloven dat iemand had valsgespeeld. Dus, “complottheorieën zijn iets voor losers”, concludeerde de twee onderzoekers. “Mensen die verloren hebben, geen controle hebben en buiten de gemeenschap staan.”

Maar niet alleen de kleur van hun partijkaart bepaalde hun gevoeligheid voor complotten. Uit het onderzoek bleek ook dat op voorhand gevormde meningen een belangrijke invloed hadden. “Daarom zijn er mensen die in elke samenzweringstheorie geloven en mensen die er niks van moeten weten”, klinkt het.