Mogwai: "We zijn gelukzakken"

Tevreden zijn is een kunst. Eentje dat de mannen van Mogwai uitstekend beheersen. Met ‘Every country’s sun’ is de groep alweer toe aan de negende studioplaat en daar lijken ze zelf nog het meest verbaasd over. “We hebben onze eigen verwachtingen ruimschoots overtroffen”, bekennen ze ons tijdens het interview in de Pias-kantoren.

Er zijn veel redenen om een groep of artiest te bewonderen. Een bovengemiddeld charisma, een steengoede stem of een aanstekelijke oorwurm, bijvoorbeeld. Toch zijn dat niét de redenen waarom Mogwai een soort van jaloersmakende bewondering oproept. Wat dan wel? De vanzelfsprekende tevredenheid waarmee het viertal in het leven en op het podium staat.



Stuart Braithwaite: “We beseffen dat we ontzettend veel geluk hebben. Toen we 23 jaar geleden begonnen met de band waren onze doelen niet bepaald ambitieus. We konden ons amper voorstellen dat we ooit op een festival zouden spelen, laat staan headlinen. Twee jaar na het opstarten van de band hadden we al onze doelen dus al bereikt.” (lacht)

Martin Bulloch: “Het is ook gewoon leuk om in een band te spelen. We zien een stukje van de wereld, we maken samen plezier en we hebben ons eigen label. Wat kan je als muzikant nog meer wensen?”

Jullie lijken niet bepaald typische ruziemakers, maar zijn jullie in al die tijd elkaar nooit beu geraakt?

Braithwaite: “Nee, we zijn net erg op elkaar gesteld. Mensen veranderen uiteraard, maar we zijn er uitstekend in geslaagd om niet uit elkaar te groeien. Ik denk dat dat een kwestie is van genoeg afstand te bewaren op tijd en stond. Wanneer het even moeilijk gaat, moet je elkaar de nodige privacy gunnen. En we hebben natuurlijk ook het grote geluk dat we weten wat we best wel en niet zeggen over gevoelige onderwerpen. We kennen elkaars knoppen, om het zo te zeggen.”

“Als we teksten zouden schrijven, zoudenonze fans in no time een depressie hebben”

En wat doe je dan wanneer iemand in zulke omstandigheden even afstand neemt van de groep?

Bulloch: “Je kan geen 23 jaar aan de lopende band nummers produceren. Soms moet je elkaar gewoon even de ruimte gunnen. Dat hebben we nu geleerd.”

Jullie muziek is instrumentaal, waardoor je als luisteraar je fantasie de vrije loop kan laten na het lezen van de songtitels. Hoe kiezen jullie die uit?

Braithwaite: “Die titels zijn complete onzin die we her en der oppikken. Neem bijvoorbeeld de albumtitel, ‘Every country’s sun’: dat idee is er gekomen toen iemand ons vertelde dat een vriendin van haar dacht dat elk land zijn eigen zon had. Redelijk bizar dat iemand in de 21ste eeuw nog rondloopt met zulke ideeën. En het meisje in kwestie gaf dan ook nog eens les aan een groep kinderen. Ongelofelijk.”

[embedyt] http://www.youtube.com/watch?v=lF4KJ-T8yAI[/embedyt]

Stuart, naar goede gewoonte horen we je slechts één keer zingen op de plaat. Hoe komt dat eigenlijk?

Braithwaite: “Ik slaag er meestal niet in om een goede songtekst op papier te krijgen. En zingen is ook niet zo mijn ding: ik speel liever gewoon gitaar op het podium. Zodra je een nummer met tekst gemaakt hebt, moet je ook effectief je mond opentrekken tijdens een concert. Niet evident. Bovendien maken we behoorlijk duistere muziek. Moest elk nummer voorzien zijn van een songtekst, dan zouden we wellicht geen muziek meer maken. Onze fans zouden eindigen in een depressie.” (lacht)

Is het creëren van instrumentale nummers en platen voor jullie dan gemakkelijker?

Bulloch: “Muzikant zijn is een vloek en een zegen. Enerzijds ben je blij dat je het mag doen, anderzijds moet je voortdurend op zoek naar inspiratie. Maar ik beeld me in dat wij een pak beter af zijn dan bijvoorbeeld Nick Cave, die op zijn laatste plaat rouwde om zijn overleden zoon om het trauma al schrijvend te verwerken. Bij hem zal het er in de studio een pak minder vrolijk aan toe gaan.”

Braithwaite: “Om geïnspireerd te worden, moet je jezelf dwingen om na te denken en muziek te maken. Als je gewoon in een kamer gaat zitten niksen, dan komt daar waarschijnlijk niets van. Nick Cave werkt bijvoorbeeld zoals een echte schrijver: hij zit elke dag van 9 tot 5 achter zijn bureau. Voor deze plaat heb ik mezelf een nieuwe gitaar gekocht, waardoor ik niet kon stoppen met spelen. Een dure, maar efficiënte manier om geïnspireerd te geraken.”

Voor deze plaat hebben jullie opnieuw de handen in elkaar geslagen met producer Dave Fridman. Wat dreef jullie terug in zijn armen?

Braithwaite: “Dave is een ontzettend aardige man: gedurende de hele opnameperiode hadden we het gevoel dat we bij een oude vriend op bezoek waren. Zijn studio ligt ook midden in het bos, de perfecte omgeving om geconcentreerd aan de plaat te werken. En daarnaast heeft hij een héél aardige vrouw en een stel leuke katten.”

Bulloch: “En uiteraard houden we ook heel erg van zijn werk. Het is een schitterende producer. (lacht)”

Mare Hotterbeekx

Mogwai speelt op 20 en 21/10 in de AB te Brussel.

RECENSIEOVERZICHT
Mogwai - Every country's sun