Tien jaar coördinator terrorismebestrijding – “Europa is geen politiestaat”

Tien jaar coördinator terrorismebestrijding - "Europa is geen politiestaat"

Na de terreuraanslagen van 11 maart 2004 in Madrid besliste de Europese Raad een coördinator aan te stellen voor terrorismebestrijding. Nog datzelfde jaar werd de Nederlander Gijs de Vries aangesteld als eerste Europese antiterrorismecoördinator. In 2007 werd hij opgevolgd door de Belg Gilles de Kerchove, die op 19 september tien jaar in functie is. Tijd voor een evaluatie: “Het is moeilijk om te weerstaan aan de verleiding van een orwelliaanse staat, maar Europa is vooralsnog niet overgeheld naar een politiestaat”, zo klinkt het. Sinds 2004, en zeker de afgelopen jaren, staat terrorisme steeds hoger op ieders agenda. “Vijf jaar geleden maakte ik om de zes maanden een rapport over aan de Raad van de Europese Unie, nu is dat om de maand. Wat er gebeurt met Islamitische Staat is onuitgegeven. We hadden niet verwacht dat zoveel Europeanen zouden gaan strijden en we hadden evenmin verwacht dat een organisatie in staat zou zijn om mensen van over de hele wereld aan te trekken. De terreurbeweging is geografisch fel uitgebreid. Tegelijkertijd zijn er mensen die radicaliseren zonder een link met een terreurorganisatie. De vijand neemt dus verschillende vormen aan”, aldus de Kerchove.
Hoewel de strijd tegen het terrorisme een gedeelde bevoegdheid is tussen de Europese Unie en de deelstaten, is de betrokkenheid van de EU de afgelopen tijd steeds groter geworden. “82% van de Europese burgers wil dat EU meer doet in de strijd tegen het terrorisme. De overheden hebben dat goed begrepen.”
De vraag naar “meer Europa” is volstrekt legitiem, zegt de Kerchove: “Er zijn mechanismes nodig van informatie-uitwisseling om een vrij verkeer van (kandidaat-)jihadisten te vermijden. Er is een gemeenschappelijke databank nodig. Meer dan 800 van de 5.000 door Europol geïdentificeerde jihadisten (in 2015) waren gekend voor criminele feiten. Met de evolutie van het internet als propagandamiddel, komen de Europese staten bij voorkeur ook als één man naar buiten tegenover internetgiganten als Google”, luidt het nog.
“De burgers zien enkel de aanslagen die succesvol waren, maar we hebben de zwakke plekken gereduceerd. Het aantal verijdelde aanslagen is aanzienlijk”, benadrukt de Kerchove nog, “Om daartoe te komen, werken de Europese landen samen op drie vlakken: repressieve maatregelen (informatie-uitwisseling, grenscontroles…) preventie van radicalisme en buitenlands beleid.”
“Terrorisme doodt. Dat willen we vermijden. En daarom moeten we informatie uitwisselen. Het is moeilijk om te weerstaan aan de verleiding van een orwelliaanse staat”, geeft hij toe. “Maar Europa is niet verzonken tot een politiestaat. Europa is ongetwijfeld zelfs de plek waar de gegevens het best bewaard worden. We sluiten geen militaire respons uit, maar Europa is niet happig op een exclusief militaire aanpak.”
Maar Europa kan nog beter doen, volgens de Kerchove: “We zouden, zoals in de VS, kunnen opleggen dat de hernieuwing van intrusieve mechanismes voorgelegd wordt aan het parlement. Dat zou zinvol zijn. Elke maatschappij moet op een democratische manier de risicograad vastleggen die ze bereid is te nemen”.

bron: Belga