Myanmar beschuldigd van plaatsen landmijnen op vluchtweg Rohingya

Het Myanmarese leger wordt ervan beschuldigd landmijnen te hebben geplaatst op de route die Rohingya volgen op de vlucht voor het geweld in de westelijke staat Rahkine. Amnesty International heeft melding gemaakt van twee doden op zondag, schrijft de Britse krant The Guardian op zijn website. De afgelopen twee weken zouden 300.000 Rohingya, de moslimminderheid in Rahkine, op de vlucht zijn geslagen richting buurland Bangladesh. Getuigen maakten gewag van geweld door soldaten en platgebrande dorpen. Maar er zijn ook gevallen die in de richting van antipersoonsmijnen of andere explosieven wijzen als oorzaak van verwondingen. Myanmar heeft een van de weinige legers die de voorbije jaren openlijk antipersoonsmijnen hebben gebruikt, aldus Amnesty, ondanks een internationaal verdrag uit 1997 dat de tuigen illegaal verklaarde.

Bengalese gezagsdragers en onderzoekers van Amnesty menen dat er recent nieuwe springtuigen werden geplaatst, waarvan een Bengalese landbouwer en een Rohingya-man volgens de mensenrechtenorganisatie het slachtoffer werden. Beide incidenten vonden naar verluidt zondag plaats. “Alles wijst erop dat de Myanmarese veiligheidsdiensten opzettelijk doelwitten kiezen die de Rohingya-vluchtelingen gebruiken als oversteekplaats”, verklaarde Tirana Hassan van Amnesty in een statement. “Dit is een wrede en gevoelloze manier om de ellende nog te verergeren van mensen die op de vlucht slaan voor een campagne van systematische vervolgingen”.
Volgens The Guardian viel binnen het leger noch bij de politie een reactie te horen.



bron: Belga