JCDecaux is al begonnen met verwijderen van camera’s uit reclameborden

JCDecaux is al begonnen met verwijderen van camera's uit reclameborden

Multinational JCDecaux is al begonnen met het verwijderen van de camera’s bij reclameborden, omdat het resultaat van de metingen te wensen overlieten. Dat meldt Veerle Colin van JCDecaux. De Morgen en Het Laatste Nieuws brachten vandaag het nieuws over de reclameborden met camera’s in winkelcentra, die bewegingen moeten tellen. De borden zijn een erfenis van Dooh-tv, een bedrijf dat JCDecaux vorig jaar overnam.

“Het bedrijf wilde tellen hoeveel mensen voor de reclameborden passeren, wat zeer interessant kan zijn voor de adverteerders”, aldus Veerle Colin. “We hadden sowieso voorzien om het systeem grondig te testen na de overname.”



Uit tests bleek echter dat het resultaat toch te wensen overliet. Zo waren de gegevens incorrect wanneer er een groot aantal mensen langs de borden liep, en werkten ook de visuele sensoren niet waarmee geregistreerd moest worden of de passanten mannen of vrouwen waren. “We willen liever betrouwbare gegevens overmaken aan de adverteerders, dus hebben we beslist om het systeem te laten uitbollen. Er werden al op verschillende plaatsen camera’s weggehaald, en er zijn er nu nog een tiental die verwijderd zullen worden”, aldus Colin.

Staatssecretaris voor Privacy Philippe De Backer liet al weten dat hij niet opgezet is met de praktijk en heeft een onderzoek gevraagd bij de Privacycommissie. Bij JCDecaux begrijpen ze de commotie. “We begrijpen de bezorgdheid in verband met de privésfeer. Een camera die mensen telt, brengt een zeker wantrouwen met zich mee, en dat speelde mee bij onze beslissing om de technologie weg te halen.”

JCDecaux zal wel op zoek gaan naar andere manieren om potentiële klanten te tellen. “Dat is wat de adverteerders willen, ze willen de ‘return on investment’ begrijpen”, aldus Colin. “We moeten een evenwicht zoeken tussen wat de adverteerders willen en waar de mensen zich comfortabel bij voelen. We moeten bekijken hoe ver we kunnen gaan binnen de wetgeving rond de privésfeer.”

bron: Belga