François Bellot: “Onze mobiliteit moet multimodaal worden”

BELGA PHOTO THIERRY ROGE

Stiptheidsproblemen bij het spoor, een nieuw vervoersaanbod… Terwijl de wegen weer dichtslibben zoals vanouds bij het begin van een nieuw schooljaar, maakt federaal minister van Mobiliteit François Bellot (MR) een stand van zaken op. Er is nog werk aan de winkel om het individuele autogebruik terug te dringen, maar hij wijst wel op de opkomst van alternatieven.

De reizigers hebben zich de laatste tijd enorm geërgerd aan de stiptheidsproblemen.



“In 2013 was de situatie ronduit slecht, met 85,7% van de treinen die op tijd reden. Daarna was er een positieve evolutie, met 90,7% stipte treinen in 2015. In 2016 lagen diverse factoren aan de basis van een daling van 1%. Ik heb de NMBS en Infrabel toen gevraagd om lijnmanagers voor de probleemlijnen (Brussel – Moeskroen, Brussel – Namen, Brussel – Aarlen). Het ging enkele maanden de goede kant op, maar in de aanloop naar de zomer doken er nieuwe problemen op. Ik heb een rapport opgevraagd bij de NMBS en Infrabel, waaruit bleek dat heel wat vertragingen te wijten waren aan externe oorzaken, zoals bomalarmen en personen die op de sporen wandelden.”

Daar kan dus niets aan gedaan worden?

“Ik ben een wetsontwerp aan het opstellen om administratieve boetes op te leggen aan personen die het spoorvervoer hinderen. Dat zal alvast een ontradend effect hebben. Op dit moment stelt het parket nog te weinig vervolging in.”

De mobiliteit gaat er niet op vooruit in België. Wat zou de ideale mix zijn om een einde te maken aan al die verloren uren in de files?

“De ideale mix hangt af van waar iemand woont, en van zijn behoeften. We stellen echter een duidelijk gebrek aan evenwicht vast: 82% van de verplaatsingen gebeurt nog altijd met de auto. Dat is extra zorgwekkend in het licht van de snel stijgende mobiliteitsvraag, 2% per jaar, terwijl ook de uitstoot van broeikasgassen door het transport toeneemt. We moeten die uitstoot echter terugdringen, al was het maar vanwege onze internationale verbintenissen.”

U pleit voor een oplossing die gebaseerd is op het spoorwegnet…

“De oplossing moet multimodaal zijn. Maar het spoorwegnet vormt de ruggengraat van het openbaar vervoer. We moeten vertrekken vanuit dit netwerk en daarin efficiënte aansluitingsknooppunten ontwikkelen, waar de gebruikers naartoe kunnen met de fiets, de bus of de auto, naargelang de persoonlijke situatie van elke reiziger.”

Een alternatieve oplossing om een bestemming of een aansluitingsknooppunt te bereiken, is de fiets. Die gaat goed vooruit in Vlaanderen, maar minder in Wallonië.

“In Vlaanderen gaat 14% van de werknemers met de fiets naar het werk. In Wallonië is dat maar 1,4%. Daarbij wordt vaak aangegeven dat het heuvelachtige landschap een obstakel vormt, iets waar de elektrische fiets echter een oplossing voor kan zijn. Wij hebben een gunstig fiscaal kader uitgewerkt, en 40% van de verkochte fietsen heeft tegenwoordig elektrische ondersteuning.”

Toch blijven sommigen de voorkeur geven aan de auto. U zou graag het carpoolen stimuleren.

“Dat is een gewestelijke bevoegdheid, maar op het federale niveau hebben wij het wettelijke kader aangepast om dit mogelijk te maken. In Wallonië start mobiliteitsminister Carlo Di Antonio (cdH) met een aantal experimenten op de E411. Dat is een mogelijkheid die nader moet worden bestudeerd, want naar schatting zou 10% minder auto’s reeds volstaan om de filekilometers met 30% in te korten.”

Hoe staat het met de ontwikkeling van het S-aanbod, het treinaanbod in de voorsteden van Brussel?

“Sinds december hebben we al 34 stations in het Brussels Gewest, voor 62 kilometer spoorlijnen. Dat zijn er meer dan de metro. Zo krijg je een fijnmazig netwerk. Op dit moment gebruikt slechts 3 à 4% van de Brusselaars de trein.”

Hoe kunnen we de trein populairder maken?

“We moeten duidelijker communiceren over het aanbod, dat immers zeer efficiënt kan zijn voor interne reizen. Neem nu de verbinding Waterloo – Brussel. Die kost slechts 28 minuten met de trein, tegen 1,5 uur met de auto. Heel wat mensen zouden opkijken van de tijd die ze kunnen winnen door naar het openbaar vervoer over te stappen.”

Het is vaak de laatste kilometer naar de bestemming die het struikelblok vormt.

«De nieuwe stations van Brussel leveren een dicht netwerk op het grondgebied op. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van andere vervoersmogelijkheden, zoals de MIVB, TEC, De Lijn, gedeelde auto’s en fietsen. Ik pleit voor één ticket, met één ondersteuning en volgens één tariefstructuur, wat het leven van de reizigers sterk zou vergemakkelijken.»

De vervoersmaatschappijen wijzen soms op de problemen om samen te werken.

“Daar kan de politiek haar steentje bijdragen en meewerken aan een oplossing. Ik heb het Executief Comité van de Ministers van Mobiliteit weer opgestart. Het stuurcomité dat daaronder valt, omvat vertegenwoordigers van de ministers en de vervoersmaatschappijen. Dat heeft reeds geleid tot de ontwikkeling van een geïntegreerd ticket in Gent en Antwerpen (zie p. 2). We moeten op die piste doorgaan. Een betere mobiliteit staat of valt met een betere samenwerking tussen de verschillende oplossingen.”

Het aanbod van de NMBS moet in december weer worden uitgebreid. Is dat een goede zaak?

“Wij hadden in 2016 al 72 nieuwe treinen ingelegd. Die betroffen de stadsgebieden, maar ook de meer landelijke zones. Er zijn haltes geopend, en er komen er nog andere bij rond Luik en in Limburg. Meestal zijn we het gewoon het treinaanbod te zien krimpen. Maar nu zal het voor het eerst toenemen met 5,1%. Wij worden ervan beschuldigd besparingen te eisen van de NMBS en Infrabel, terwijl in werkelijkheid het omgekeerde gebeurt. Dankzij de besparingen hebben wij middelen kunnen vrijmaken, en als we de balans opmaken, zien we dat er wél wordt geïnvesteerd in de spoorwegen.”

En hoe staat het met het Gewestelijk ExpresNet (GEN)?

“Het dossier boekt vooruitgang. Verschillende werven lagen stil, bij gebrek aan middelen. Ik heb van de regering een budget van 1 miljard euro verkregen. Daardoor kunnen de werken herbeginnen in Rixensart, en de rest volgt begin 2018. Het doel is een trein om het kwartier tussen Louvain-La-Neuve en Brussel tegen 2023, en eentje om het halfuur tussen Brussel en Nijvel. Ik zeg het klaar en duidelijk: wij investeren in het spoor.”


Een treinstation voor de luchthaven van Charleroi?

BELGA PHOTO VIRGINIE LEFOUR

“Er was een voorstel voor de bouw van een station op de site van de luchthaven, voor een bedrag van 600 miljoen euro. Dat geld hebben wij niet. De lijn Charleroi – Ottignies bevindt zich echter op minder dan 3 kilometer daarvandaan. Laten we dus pragmatisch zijn en een oplossing in die richting zoeken. We leggen momenteel de laatste hand aan een haalbaarheidsstudie rond een halte die met de luchthaven verbonden zou zijn via een pendeldienst. Als die studie tot positieve conclusies komt, kan een en ander daarna heel snel gaan. We zouden dit project al kunnen inschrijven in het investeringsplan voor 2021.”

Camille Goret