Syrische vluchtelingen in Libanon willen, maar kunnen nog niet naar huis

Syrische vluchtelingen in Libanon willen
Syrische vluchtelingen in Libanon willen

Heel wat Syrische vluchtelingen die momenteel in Libanon verblijven, willen zo snel mogelijk terug naar hun thuisland, maar kunnen dat voorlopig niet omdat het er nog niet veilig is. Dat werd duidelijk tijdens een bezoek van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) aan een informele vestiging met vluchtelingen in de Bekaavallei. Het VN-vluchtelingenagentschap UNCHR, die er de vluchtelingen bijstaat, vreest voor de wintermaanden omdat de middelen ontoereikend zijn. Staatssecretaris Francken is op driedaags werkbezoek in Libanon, een buurland van Syrië dat kreunt onder de vluchtelingen. Er zijn in het land, kleiner dan België en met een grote religieuze en etnische diversiteit, ruim een miljoen Syrische vluchtelingen geregistreerd. Het werkelijke aantal ligt wellicht hoger. De druk op de Libanese samenleving is groot. De vluchtelingen moeten voorzieningen delen met het armere deel van de Libanese bevolking, kinderen die school kunnen lopen gaan in shifts naar school en arme Libanezen zien de Syriërs als concurrenten op hun arbeidsmarkt. Nochtans kunnen veel vluchtelingen er niet werken. Een tijdlang verbood de Libanese regering dat zelfs.

Nu kunnen vluchtelingen wel sporadisch in de bouw, de landbouw en de milieusector aan de slag, maar vaak in slechte omstandigheden of met dagcontracten. Anderen werken in het zwart of moeten rondkomen met wat hulporganisaties hen geven. Meer dan de helft van de vluchtelingengezinnen leeft dan ook in extreme armoede, wat wil zeggen dat ze rondkomen met minder dan 73 dollar per dag.



Na zeven jaar wil de Libanese regering de vluchtelingen zo snel mogelijk terug naar Syrië. Staatssecretaris Francken, die dinsdag in Beiroet met twee Libanese ministers sprak, heeft daar wel begrip voor. “Er moet zo snel mogelijk een oplossing komen voor het conflict in Syrië. Libanon heeft de mensen opgevangen, maar het weefsel van de ark is sterk aangetast”, zegt hij.

De meeste vluchtelingen wonen in steden of dorpen. Een deel van de vluchtelingen woont in informele vestigingen, tentenkampen, verspreid over het land. Francken bezocht dinsdag zo’n informele vestiging in Saadnayel, in de Bekaavallei. “Het liefst van al zou ik terug naar huis gaan”, zegt een veertiger uit Homs, die al vier jaar samen met vrouw en twee kinderen en moeder in een tent in de vestiging woont. “Maar teruggaan kan ik nu nog niet, er is nog geen vertrouwen”.

Een deel kwetsbare vluchtelingen met weinig kans om ooit terug te kunnen naar Syrië, komt in aanmerking voor hervestiging in een ander land. Ook ons land laat dit jaar een duizendtal van die kwetsbare vluchtelingen uit de buurlanden van Syrië overbrengen. “Ik zou liever naar huis gaan en van daar andere landen kunnen bezoeken. Ik ben liever bezoeker in uw land dan een gast”, zegt de veertiger uit Homs. “Het overgrote deel wil terug”, zegt Francken. “Daarom is kwaliteitsvolle opvang in de regio belangrijk”.

Voorlopig zit terugkeren er echter niet in, waardoor de grote massa vluchtelingen voorlopig vast zit in Libanon. Mireille Girard, vertegenwoordigster van het VN-vluchtelingenagentschap UNHCR, zegt wel dat de fondsen voor hun ondersteuning ontoereikend zijn, zeker met de wintermaanden voor de deur.

Bron: Belga