Jake Bugg: “De meeste muzikanten zijn echte eikels”

Foto R.V.

In 2012 veroverde de toen 18-jarige Jake Bugg als een woeste wervelwind de wereldwijde hitparades met de single ‘Lightning Bolt’. Nu, vijf jaar later, bewijst de wonderboy uit Nottingham met ‘Hearts that strain’ dat hij veel meer is dan een eendagsvlieg. “Ik ben er zeker van dat deze plaat de tand des tijds moeiteloos doorstaat”, klinkt het kalm maar zelfzeker.

Jake Bugg heeft geen al te beste reputatie in het journalistenmilieu. “Mijn goudvis is nog interessanter”, of “niet in staat om volzinnen te maken”, durven kwatongen weleens beweren. Het contrast met de Jake Bugg die ik in de backstage van Pukkelpop aantref, kan niet groter zijn. “Ik ben lichtjes bekaterd”, geeft hij onmiddellijk toe. Maar gelukkig maakt de drank hem ook daags nadien erg vrolijk en loslippig.



Waar heb je die kater opgelopen?

Jake Bugg: “Ik ben gisteren in mijn eentje op stap gegaan in Brussel. De rest van de band lag al uitgeteld in bed, maar ik was nog in de stemming voor wat actie. Ik heb geen flauw idee waar ik precies beland ben. Ik weet enkel nog dat ik heelhuids thuisgeraakt ben.”

Heb jij tijdens zo’n avondje uit last van hysterische fans?

“Nee hoor. Er is geen kat die mij herkent. Dat gebeurt enkel wanneer ik een gitaar ter hand neem en ‘Lightning bolt’ begin te zingen. (lacht) Ik denk ook dat mensen verwachten dat ik een stille, serieuze jongen ben. En als ze me dan naast het podium zien roepen en dansen, kunnen ze wellicht niet geloven dat ik het daadwerkelijk ben.”

Je vorige plaat was getiteld ‘On My One’, op dit album horen we de ene samenwerking na de andere. Hoe komt dat?

“Ik heb veel te danken aan mijn producer David Ferguson, die me in Nashville in contact bracht met fantastische muzikanten als Bobby Woods en Noah Cyrus (de dochter van Billy Ray Cyrus en het zusje van Miley Cyrus, red.). Dan Auberbach van The Black Keys kende ik nog van een eerder project. Als je de kans krijgt om met muzikanten van dat kaliber te werken, dan grijp je die uiteraard. Zonder hen had ik nooit zo’n goede plaat kunnen maken: dankzij hen ging alles ontzettend vlot vooruit. Een luxe.”

Hoe voel je je dan als jonge snaak tussen die oude rotten?

“Verrassend goed. Ik had totaal geen last van gêne of verlegenheid. Als ik het niet eens was met bepaalde voorstellen kon ik dat ook gewoon zeggen. Maar eigenlijk was dat zelden het geval. Die muzikanten zijn gewoon zo goed dat ze meestal de verwachtingen ruimschoots overtreffen.”

Je laat het klinken alsof het allemaal een fluitje van een cent was.

“Ja, en zo hoort het ook. Als muzikant is het de bedoeling dat je je amuseert en niet te veel ruzie maakt.”

Toch is dat iets wat veel bands overkomt.

“Ja, omdat de meeste muzikanten echte eikels zijn. Niet allemaal natuurlijk, maar toch veel. Zelf heb ik eigenlijk niet zoveel muzikantenvrienden. Ik voel ook niet de behoefte om naast het podium nog uren over muziek door te bomen aan de toog. Voetbal is minstens even interessant.”

“Ik ben een songwriter, geen entertainer”

Toch gaan we het hier over muziek hebben. Jouw eerste muzikale succes kwam al op je achttiende, waardoor je noodgedwongen bent opgegroeid op het podium. Heeft je dat extra zelfbewust gemaakt over wie je bent en wie je graag wil zijn?

“Niet meteen. Ik ben gewoon heel erg blij dat ik muziek mag maken. Op mijn veertiende was ik al vastbesloten om op een dag de wereld rond te reizen. En dat is exact wat ik nu aan het doen ben, dus ik ben niet echt bezorgd. Er zijn wel mensen die me vertellen dat ik niet echt het leven van een normale tiener leid en dat ik een hoop aan het missen ben. Maar daar ben ik het niet mee eens. Ik wil absoluut niet zo iemand worden die enkel voor het weekend leeft. Je kent dat type wel: uitgaan op zaterdag en vervolgens de hele zondag slecht gehumeurd in bed liggen omdat het weekend al bijna voorbij is. Nee, ik heb voorlopig nergens spijt van.”

In ‘The man on stage’ zing je ‘It’s not the act he wants to stage’. Zelf heb je niet de beste livereputatie. Mag ik daaruit afleiden dat je daar zelf ook mee inzit?

“Tijdens concerten vertrouw ik liever op de muziek zelf voor het entertainment. Sommige mensen vinden dat saai. Maar ik ben geen entertainer, ik ben een songwriter. En dat is ook wat je krijgt tijdens concerten. Er zijn genoeg bands die wél alles uit de kast trekken om hun publiek te entertainen, maar die hebben vaak niet veel goede songs.”

“Veel mensen die hun helden voor het eerst ontmoeten, zijn nadien teleurgesteld omdat ze in het echte leven een andere persoon zijn dan degene in hun muziek. Ik kan me levendig voorstellen dat dat iets is wat mijn fans misschien ook al hebben meegemaakt.”

Mare Hotterbeekx

‘Hearts that strain’ is uit bij Universal. Jake Bugg speelt op 28/10 in de Arenbergschouwburg in Antwerpen.