Centra voor genitale verminking bereiken te weinig slachtoffers

Centra voor genitale verminking bereiken te weinig slachtoffers

Te weinig slachtoffers van genitale verminking zetten de stap naar de referentiecentra. Dat concludeert CD&V-Kamerlid Els Van Hoof uit cijfers van minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld). België heeft twee medische referentiecentra voor vrouwelijke genitale verminking: in het UZ Gent en in het Sint-Pieterziekenhuis in Brussel. In 2015 hebben 258 patiënten die centra bezocht. Het merendeel, 222 slachtoffers, bezocht het centrum in Brussel.

“Wetende dat er volgens de recentste cijfers meer dan 13.000 vrouwen zijn besneden, blijven deze aantallen veel te laag”, stelt Els Van Hoof. “Uit de opgevraagde cijfers blijkt verder dat het overgrote deel van de begeleide patiënten zijn doorverwezen. Nog te weinig mensen vinden zelf de weg naar de referentiecentra.”

De centra doen goed werk en hun bekendheid is toegenomen, maar het moet beter, vindt Van Hoof. Zo moeten de centra beter bekend worden gemaakt bij asielzoekers. In 2015 was immers 58 procent van de begeleide patiënten niet verzekerd, de meesten onder hen asielaanvragers. “De Nederlandse overheid informeert haar asielzoekers beter”, stelt het Kamerlid. “Nederlandse vluchtelingen staan daardoor negatiever tegenover genitale verminking dan Belgische vluchtelingen.”

Ook bij hulpverleners is er werk aan de winkel. CD&V heeft daarom een wetsvoorstel ingediend dat hulpverleners met beroepsgeheim ook bij meerderjarigen recht om te spreken geeft in geval van genitale verminking.

bron: Belga