CD&V en N-VA discussiëren over bredere wijziging

De wijziging van het Vlaamse taaldecreet blijft een twistappel tussen meerderheidspartijen CD&V en N-VA. Beide partijen discussieerden donderdagochtend in de commissie Economie van het Vlaams parlement over een conceptnota van de CD&V-fractie voor een nieuwe wijziging van het decreet, om voor alle bedrijfsdocumenten een soepelere taalregeling te voorzien voor grensoverschrijdende contacten met ondernemingen, klanten en werknemers. Het taaldecreet zorgt al langer voor discussie binnen de Vlaamse meerderheid. Het Europees Hof van Justitie tikte Vlaanderen al twee keer op de vingers. De overheid mag bedrijven niet verplichten om grensoverschrijdende arbeidsovereenkomsten en facturen enkel en alleen in het Nederlands op te stellen, omdat het vrij verkeer van goederen daarmee wordt geschonden.

Voor facturen en arbeidsovereenkomsten heeft Vlaanderen intussen een andere regeling uitgewerkt. De documenten blijven in het Nederlands, maar een tweede taal naar keuze mag. Bij betwisting primeert de Nederlandstalige versie. Voor CD&V’er Robrecht Bothuyne gaan die aanpassingen echter niet ver genoeg. “We hebben nu twee keer aan symptoombestrijding gedaan. Dat is goed, maar niet onvoldoende”, zei hij donderdag tijdens een hoorzitting met experten in de commissie. De CD&V-fractie vreest dat er nog juridische stappen zullen volgen en vraagt een “grondige hervorming”, waarin alle bedrijfsdocumenten worden opgenomen en er ook een soepelere regeling komt voor interne ‘grensoverschrijdende’ communicatie, bijvoorbeeld tussen Vlaamse en Waalse bedrijven. Concreet moeten de documenten voor CD&V in één taal worden opgesteld, het Nederlands, Frans, Duits of Engels, naar keuze van de partners. Die voorstellen heeft de fractie uitgewerkt in een conceptnota.



N-VA kan zich daar echter niet helemaal in vinden. Voor fractievoorzitter Matthias Diependaele “primeert het pragmatische”. Zo vraagt de partij zich af of stukken in een andere taal stand zouden houden voor Vlaamse rechtbanken en zet een al te ruime vrijheid “de deur open voor misbruik door malafide ondernemers”. Bovendien blijft taalbescherming een belangrijke doelstelling. “We bekijken dit zeker niet puur ideologisch, maar taalbeschermingsbeleid is volgens mij een perfect legitiem doel. Het Vlaams parlement heeft de plicht om ook daar rekening mee te houden”, meent Diependaele.

bron: Belga