Preventiebeleid tegen extremisme staat in Vlaanderen nog niet op punt

We leven in woelige tijden. Met de recent verijdelde terreurdaad in Brussel-Centraal blijft de angst voor nieuwe aanslagen bestaan. Er is wel een preventiebeleid, maar volgens ex-student Criminologie en Conflict and Development Michiel Praet (UGent) is er nog ruimte voor verbetering.

Na verschillende terroristische aanslagen namen internationale media het Belgisch beleid tegen extremisme op de korrel. Enkele daders werden namelijk gelinkt aan Molenbeek. Er was toen sprake van een ‘falend Belgisch beleid’ en men vroeg zich af of deze drama’s hadden kunnen vermeden worden.

Verenigd Koninkrijk



Michiel Praet onderzocht hoe Vlaanderen extremisme beter kan aanpakken: “Ik heb het beleid via een literatuurstudie en interviews vergeleken met dat van het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Het Verenigd Koninkrijk is een voortrekker op gebied van preventie tegen extremisme en Nederland heeft een sterke allesomvattende aanpak.”

Uit de analyse van Praet blijkt dat er nog altijd verbeterpunten zijn op tal van domeinen. “Wat opviel tijdens het onderzoek was de versnippering op nationaal niveau. De overheid zou een Nationale Coördinator Contra-Extremisme (NCCE) moeten tewerkstellen om alles in goede banen te leiden.” Op lokaal niveau zou er meer geld moeten vrijgemaakt worden voor doelgerichte interventie en intensievere wijkwerking door de politie. Tussen de verschillende niveaus zou er bovendien een betere informatie-uitwisseling moeten zijn. Lokale actoren moeten op hun niveau meer aan het wederzijds vertrouwen werken. Vooral bij de politie, de sociale werkers en de onderwijswereld is dit een probleem.

“Islamconsulenten zouden voorbeelden kunnen aanreiken van hoe een ideologie ook geweldloos kan zijn en verzoenbaar is metde democratische rechtsstaat”

Op ideologisch gebied kunnen personen die aanzien genieten bij moslimjongeren een actieve rol spelen. Zij zouden jongeren geloofwaardige alternatieven kunnen aanreiken zodat zij niet meteen door extremistische propaganda verleid worden. Daarnaast moet men de voedingsbodem voor extremisme aanpakken. Zo moet de overheid er bijvoorbeeld alles aan doen om elke vorm van discriminatie en racisme hard aan te pakken.

Deradicalisering

Het deradicaliseringsprogramma voor afgezonderde gedetineerden met een extremismeprofiel moet op punt gezet worden. Tijdens de detentieperiode moeten de gevangenen intensief begeleid worden. Hierbij moet er ruimte zijn voor een dialoog over de islam. Praet: “Islamconsulenten zouden hen voorbeelden kunnen aanreiken over hoe een ideologie ook geweldloos kan zijn en verzoenbaar is met de democratische rechtsstaat.”

Michiel Praet nam deel aan de Vlaamse Scriptieprijs 2016. Stuur jouw scriptie in voor de editie van dit jaar en maak kans op 2.500 euro en een artikel in Metro.

www.scriptieprijs.be